AMSTERDAM - Normaal gesproken zal de Tweede Kamer morgen het meebouwen aan de Joint Strike Fighter niet tegenhouden, ondanks dat PvdA-leider Melkert zich dit weekeinde bij de tegenstanders heeft geschaard. Om het kabinetsvoorstel, waarmee 800 miljoen dollar gemoeid is, te stoppen moet een motie tegen de JSF een absolute meerderheid halen.
De voorstanders van CDA, VVD, ChristenUnie en SGP hebben samen 75 van de 150 zetels. Als er morgen geen rechts-Kamerlid plotseling ziek, zwak of misselijk wordt, met pech langs de weg komt te staan of er voor kiest per spoor naar Den Haag af te reizen en midden in een weiland blijft steken, dan gaat de JSF het halen.
Maar als morgen toch een van de twee anti-JSF-moties wordt aangenomen, dan moet het bedrijfsleven dat hoopte op JSF-orders gaan uithuilen en overnieuw beginnen. En wat houdt dat concreet in?
De eerste mogelijkheid is om alsnog zoveel mogelijk JSF-orders binnen te halen. Het is nu al duidelijk dat Lockheed Martin voor ruim 2 miljard dollar aan opdrachten aan Nederland gaat gunnen, ongeacht of ons land mee-ontwikkelt of niet. Dat is weliswaar een stuk minder dan de ruim 10 miljard waarop wordt gerekend bij deelname, maar het kon slechter.
Of er meer bij kan komen is echter zeer de vraag. De komende week moet Lockheed Martin aan het Pentagon laten weten met welke bedrijven men in zee gaat. De PvdA, die besloten heeft nu tegen de JSF te stemmen, wil daar na de komende kabinetsformatie nog eens naar kijken maar dan is het waarschijnlijk te laat. Los daarvan hebben de Amerikanen, die nog meer landen hopen over te halen om op de JSF-bouw in te tekenen, er geen belang bij om het 'afvallige' Nederland te gaan belonen met opdrachten.
De tweede mogelijkheid, voor de JSF intekenen op een lager niveau van zo'n 150 miljoen dollar op 'level-3' in plaats van 'level-2' voor 800 miljoen dollar, is niet aantrekkelijk. 'Level-3' levert niet meer opdrachten op dan er nu al vastliggen. In de praktijk wordt het dan 'kopen van de plank' over een paar jaar.
De derde mogelijkheid is om in zee te gaan met een van de Europese concurrenten, de Brits/Duits/Spaans/Italiaanse Eurofighter of de Franse Dassault Rafale, of misschien wel met alle twee. Beide concurrenten hebben ons land aantrekkelijke aanbiedingen voor industriële deelname voorgespiegeld in de hoop Nederland van de JSF weg te lokken.
Het is echter onduidelijk waarom ons land zou gaan investeren in gevechtsvliegtuigen die minder goed zijn dan de JSF. Dat vliegtuig is immers het beste toestel voor de beste prijs, heeft het kabinet vastgesteld.
Een ander vliegtuig komt er de komende jaren niet. Autokopers kunnen de aanschaf van hun nieuwe voiture misschien een jaartje uitstellen om te wachten op de nieuwe Golf of de nieuwe Astra, maar bij gevechtsvliegtuigen heeft dat geen zin. Het is onontkoombaar dat over vijf jaar de JSF nog steeds het beste vliegtuig is. De betrokken Nederlandse bedrijven hebben, deels uit beleefdheid en deels uit 'je weet maar nooit', de deur nooit definitief dichtgeslagen voor Eurofighter en Dassault.
Maar het is duidelijk dat de Europese aanbieders technologisch minder aantrekkelijk werk hebben te bieden dan de JSF. De Europese toestellen zijn tien tot vijftien jaar eerder ontworpen dan de JSF en het is lang niet zeker dat de beloofde doorontwikkeling verder gaat. Ook de exportkansen zijn zeer onzeker.
Beide Europeanen vragen een Nederlandse investering van 150 tot 200 miljoen euro. Dat lijkt aantrekkelijker dan de 800 miljoen dollar van de JSF. Bij het Amerikaanse toestel is echter duidelijk hoe dat geld terug moet komen bij de belastingbetaler, bij de andere twee is dat in nevelen gehuld.
De PvdA toonde zich weliswaar onlangs bereid om eventueel 115 miljoen euro over de balk te gooien als ons land nu voor de JSF zou tekenen en zich volgend jaar uit de JSF-bouw zou terugtrekken. Het op het spel zetten van 200 tot 400 miljoen euro moet toch zelfs Melkert en co te ver gaan.
Dus wat moet het bedrijfsleven doen als de JSF-deelname niet doorgaat? Niet: uithuilen en overnieuw beginnen, maar gewoon: uithuilen. Punt.
Maarten van Meurs