door Frank van Vliet JENIN - De langzaam op gang komende reddingswerkzaamheden in het Palestijnse vluchtelingenkamp bij Jenin verlopen problematisch vanwege explosiegevaar en minimale medewerking van de Israëlische autoriteiten. Opvallend daarbij is dat de aangetroffen munitie veel vaker Israëlisch is dan dat het om zelfgemaakte Palestijnse bommen of boobytraps gaat.

|
Enkele Palestijnen zitten bijelkaar in een woonkamer in een vernield huis in het vluchtelingenkamp Jenin. (Foto: AP)
|
Israël heeft altijd gezegd de toegang tot het kamp, waar hevig is gevochten, te willen controleren uit angst voor de vele valstrikken die de radicale Palestijnen in de huizen van Jenin hadden aangebracht. Maar volgens de woordvoerder van de UNRWA, de VN-organisatie die zich bezighoudt met de steun aan Palestijnse vluchtelingen, is het omgekeerde het geval.
"We hebben tot nu toe veel door Israëli's achtergelaten munitie gevonden", aldus René Aquarone. De Nederlander vindt ook dat Israël nu niet bepaald hard loopt om steun te verlenen aan de internationale hulpacties. Zijn mening over de munitie wordt gedeeld door een Noorse bomexpert die juist wapentuig onschadelijk heeft gemaakt, waarop nog duidelijk hebreeuwse tekens zijn te herkennen.
Volgens Aquarone is de eerste prioriteit van de hulpverlening de veiligheid. Daarbij vormt de achtergebleven munitie niet het enige maar wel het urgentste probleem. Tijdens een bezoek aan het kamp raken twee tienjarige Palestijnse jongens gewond omdat ze op een mijn stappen en verliest een Israëlisch-Arabische arts zijn voet door een scherp stuk munitie. Gevaarlijk is ook de toestand van de circa honderd beschadigde en verwoeste huizen. Je hoeft geen bouwexpert te zijn om te zien dat er zich acuut instortingsgevaar bevindt.
Aquarone zegt dat de internationale hulp nu goed op gang aan het komen is. Er zijn zo'n honderd hulpverleners in de wijk, waar 13.000 mensen woonden, aanwezig. Erg gecoördineerd lijkt de hulpverlening echter nog niet te verlopen. Van massale graafwerkzaamheden is bijvoorbeeld nauwelijks sprake.
Midden op een berg puin, waar een ijzeren vlechtwerk als een grotesk geraamte bovenuit steekt, schept de 45-jarige Huissein Hamdan in een traag ritme door. Hij doet dit al vier dagen. Om zijn handen zijn vuile lappen gebonden om de pijn van de blaren te verzachten.
Hij staat bovenop wat eens zijn huis van twee verdiepingen was. Ergens daaronder moeten zich de twee zonen (17 en 19 jaar) van de Palestijn bevinden. Volgens Hamdan is zijn huis door maar liefst elf Israëlische raketten, afgevuurd vanaf Apachehelikopters, geraakt. Zijn zonen waren op dat moment thuis. Veel meer dan wat kledingstukken heeft hij nog niet geborgen. Als hem gevraagd wordt of hij denkt dat zijn kinderen nog in leven zijn, wordt de blik in zijn ogen nog treuriger. "Dat is de wil van God", zegt hij zacht.
De vluchtelingenwijk Jenin ziet eruit alsof er een aardbeving heeft plaatsgevonden, maar dit was een vernietiging die door mensenhanden werd gestuurd. Volgens de Palestijnen liggen onder de blokken beton en stenen enige honderden Palestijnen begraven. Afgeslacht door de Israëli's, zeggen ze. Het is een bewering die door Israël fel wordt bestreden. Dit was geen picknick maar een militaire operatie, waarbij in keiharde gevechten ook dertien Israëli zijn omgekomen.
Israël verwijt de wereld dat het voorbij gaat aan de achtergrond van de militaire acties, de bloedige Palestijnse zelfmoordaanslagen. Jenin gold als een bolwerk van de harde kern van de Palestijnse 'martelaren'.
Nader onderzoek moet uitwijzen wie er gelijk heeft. Tot nu toe zijn er volgens Aquarone ruim veertig lijken geborgen. Hoeveel er dat zullen worden, moet de tijd leren. Een snel antwoord zal er niet komen. Jenin heeft net als New York nu ook een 'ground zero'.