LONDEN/DUBLIN - Het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) is het afgelopen weekeinde twee keer in opspraak gekomen. Behalve het stiekem aanschaffen van Russische superpistolen zou binnen het IRA ook een dodenlijst circuleren met daarop prominente Britse Conservatieve politici.
Politici in Groot-Brittannië en Noord-Ierland zeggen dat beide zaken een bedreiging vormen voor het vredesproces in Noord-Ierland. Het IRA ontkende beide verhalen ten stelligste en zei dat protestantse tegenstanders van het vredesproces de beweging in diskrediet willen brengen.
De Britse krant The Sunday Telegraph meldde gisteren op gezag van bronnen binnen de Britse veiligheidsdiensten dat het IRA in het geheim eind vorig jaar een lading van twintig speciale machinepistolen in Moskou zou hebben gekocht. Het zou gaan om de AN-94, die ook door Russische speciale eenheden worden gebruikt. De wapens hebben het vermogen 1800 kogels per minuut af te vuren die door kogelvrije vesten dringen.
De Russische veiligheidsdiensten ontdekten de handel. "Zij lichtten hun Britse collega's in", aldus de krant. Een hoge bron binnen de katholieke republikeinse beweging zei dat het vredesproces nog altijd staat en dat ook in de toekomst zal doen. De anonieme zegsman zei: "Ik ben hier om te herhalen dat het IRA geen bedreiging vormt voor het vredesproces."