AMSTERDAM - De aanpassing van de pensioenen aan de loonontwikkeling kostte het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) het afgelopen jaar circa €10 miljard. Die indexatie komt echter steeds meer onder druk te staan. Hogere lonen, extra pensioenverplichtingen en een rendement van -0,7% over het vermogen, maken de spoeling dunner. Reden voor het pensioenfonds van overheid en onderwijs om ook volgend jaar de premie fors te verhogen en in te zetten op harde afspraken met de deelnemers over die indexatie.

|
Het ABP vraagt deelnemers in 2003 een premie van 9% van hun salaris.
|
Eind vorig jaar voerde Jean Frijns, directeur Vermogensbeheer bij ABP nog een vurige verdediging van zijn beleggingsbeleid. Beleggen in aandelen was onvermijdelijk. Alles in obligaties stoppen zou leiden tot een twee keer zo hoge premie, zo rekende Frijns toen voor.
Ondertussen heeft het ABP dit jaar de premie met 17% verhoogd en voor 2003 staat een verhoging van 15% in de planning. Deelnemers aan het Nederlandse pensioenfonds zullen daarmee in 2003 iets meer dan 9% van het salaris aan premie moeten betalen. Een deel van die premie, veelal de helft, wordt door de werkgever betaald. Die premieverhogingen gaan gepaard met de slechte resultaten op de volgens Frijns zo noodzakelijke aandelenbeleggingen.
Over de behaalde rendementen hoeft het ABP zich echter nog de minste zorgen te maken, meent Frijns. "In de financiële markten worden dergelijke uitslagen op termijn gecompenseerd." De vermogensbeheerder schrijft de hogere premie vooral toe aan de sterk gestegen pensioenverplichtingen. Zo heeft een relatief groot deel van de deelnemers de leeftijd tussen 40 en 45 jaar bereikt en dat leidt tot "een hobbeltje in de verplichtingen". De premieverhoging is voor Frijns een kwestie van "tijdig bijsturen om de zaak op koers te houden".
De verslechterde financiële uitgangspositie van het ABP schrijft Frijns voor de helft toe aan de gedaalde aandelenkoersen. "De andere helft heeft te maken met de hoge loonstijgingen." Het ABP laat de uitkeringen namelijk gelijke tred met de loonontwikkeling houden - de indexatie.
De dekkingsgraad, de verhouding tussen vemogen en verplichtingen, daalde het afgelopen jaar van 124 naar 112%. Bij de berekening woog het ABP dit jaar voor het eerst de indexatie mee. Met die inflatiecorrectie was in 2001 €10 miljard gemoeid op een totaal van verplichtingen van ruim €130 miljard.
"De premiestijging van dit jaar is niet voldoende om de groei van de verplichtingen bij te houden", zo verklaarde ABP-directievoorzitter John Neervens gisteren de hernieuwde verhoging.
Neervens greep de toelichting op de jaarcijfers ook aan om de indexatie ter discussie te stellen. Na twee slechte beleggingsjaren kon een op de tien pensioenfondsen in Nederland dit jaar niet indexeren. Dat mag een fonds doen als de financiële situatie zo slecht is dat indexatie te duur wordt. "Alleen is nu nog volstrekt onduidelijk bij welke financiële positie dat is", aldus Neervens.
Het ABP wil daarom met sociale partners en gepensioneerden objectieve grenzen vaststellen. "Dan is het voor iedereen helder wat er verwacht kan worden op langere termijn". Neervens denkt daarbij aan een systeem waarin in magere tijden niet geïndexeerd wordt en in vette jaren de achterstand weer ingelopen kan worden.
ABP-directeur Frijns kan lagere rendementen ook in de toekomst niet uitsluiten. De wereld is volgens de vermogensbeheerder zo onzeker geworden dat de uitkeringen niet onder alle omstandigheden de loonontwikkeling kunnen volgen. En die boodschap kan maar beter gebracht worden "nu het nog niet nijpt", stelt Frijns.
Volledige indexatie blijft nog steeds het doel, verzekert Frijns. "Maar als het zo penibel wordt dat we én de premie fors moeten verhogen én de indexatie niet kunnen geven, dan willen we niet dan die discussie moeten voeren. Beter is het nu goede afspraken te maken."