ROUBAIX - "Mooi als je als eerstejaars in deze klassieker mag starten", glunderde Roy Sentjens voor aanvang van Parijs-Roubaix. Bij afwezigheid van renners die hoger in rangorde staan, krijgen de jonkies van Rabobank gisteren de gelegenheid hun kunnen te tonen. Veel potten werden er tot dusverre niet gebroken. De jonge belofte wist ongeveer wat hij van de koningin der klassiekers mocht verwachten: vorig jaar eindigde hij als vijfde bij de neo-amateurs. Maar dat hij met zes lekke banden zou moeten afrekenen...

|
Roy Sentjens (Foto: Dijkstra bv.)
|
Het begon nog zo goed voor de in België wonende neoprof. Toen na 30 kilometer het kaf al van het koren werd gescheiden, kon Sentjens als één van de laatsten aanpikken. "We hadden een stuk vals plat gehad en boven ging het op de kant. In een waaier reden we met ruim dertig man weg." Sentjens was de enige Rabobank-renner die attent was mee gesprongen. "Karsten Kroon riep nog door de communicatieapparatuur dat het ging gebeuren. Ik kon nog wel net mee, Karsten niet."
Dat zou Sentjens later opbreken. Toen de kasseien zich aandienden, reed de 21-jarige renner voor de eerste keer lek. "Net toen het tempo werd opgeschroefd. Terugkomen was er niet meer bij. We hadden er voorin eigenlijk een mannetje meer bij moeten hebben. Nu viel ik terug in het peloton." Op de eerste kasseistroken wist Sentjens zich goed voor in het peloton te handhaven. Toen sloeg het noodlot voor de tweede keer toe. "Weer lek. Ik moest ontzettend lang wachten voordat ik gedepanneerd werd. Daardoor kwam ik alleen te zitten, ver achter het peloton."
Tijdens zijn solotocht zou Sentjens nog eens vier keer lek rijden. "Sommigen hebben helemaal niet lek gereden, ik zes keer. Jammer, maar dat heb je zelf niet in de hand." Toch weigerde de jongeling de handdoek te werpen. "Het publiek schreeuwde me over de keien heen. Wat was het druk, niet normaal."
Bij Auchy-lez-Orchies, na zo'n 210 kilometer, maakte de jury aan de ongelijke strijd van de neoprof een einde. "Jongens van Cofidis en Telekom, waar ik een tijdje mee had samen gereden, stopten al eerder. Maar ik wilde het liefst doorgaan. Maar steeds weer reed ik lek. Toen de jury me uit koers haalde, was het licht wel zowat uit." En kwam de teleurstelling. "Dit geeft een rotgevoel. Ik zat in de goede groep, was goed. Toen waren we weliswaar nog niet eens op de helft, maar ik had nog wel een tijdje mee gekund."
Op het televisiescherm op de wielerbaan in Roubaix zag Sentjens de ontknoping van de koers. Hoe streekgenoot Tom Boonen, exact twee maanden ouder, maar bovenal zijn voornaamste jeugdopponent, de show stal. De renner van US Postal weet het aan ploeggenoot Hincapie dat hij niet voor de eerste plaats had kunnen rijden. "Als George net zo goed was als ik, waren we naar Museeuw gereden", zei hij onomwonden.
"Echt niet normaal", loofde Sentjens zijn jeugdrivaal. "Tom was bij de nieuwelingen altijd mijn grote concurrent. Elke week duelleerden we om de eerste en de tweede plaats. Een strijd die ik meestal won. Die jongen heeft echt veel progressie geboekt. Ongelooflijk."
Of Sentjens ook tot een dergelijk huzarenstukje in staat zou zijn geweest, liet hij wijselijk in het midden. "Ik had alleszins langer meegekund. Normaal gezien ben ik sterk genoeg om de aankomst te halen. Als je dan ook nog eens voorin meerijdt, krijg je natuurlijk een geweldige moraal. Maar ja, dat is allemaal achteraf praten..."
Het leven van een jonge prof gaat niet over rozen. Wel over kasseien.