ROUBAIX - Op de wrede keien van de Hel van het Noorden schreef Johan Museeuw zijn epos. Met zeldzaam machtsvertoon soleerde de Leeuw van Vlaanderen naar zijn derde triomf in Parijs-Roubaix. De haat-liefdeverhouding met de koningin der klassiekers stond op een steenkoude, regenachtige zondag weer eens in het teken van de pure passie, van de ware hartstocht die het vuur in deze Flandrien aanwakkerde. Superieur beukte hij zich over de spekgladde keien een weg naar zijn tiende Wereldbekerwedstrijd. Een mooier cadeau voor de honderdste editie van de klassieker onder de klassiekers was ondenkbaar.

|
Johan Museeuw (Foto: foto Cor Vos)
|
Waarna de discussie over zijn vermeende afscheid opnieuw oplaaide. Teleurgesteld door zijn tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen liet hij zich vorige week zondag ontvallen afscheid te willen nemen. Zo dicht bij een historische vierde overwinning in Vlaanderens Mooiste en toch zo ver af. Dat was teveel. Zelfs voor de 36-jarige oermens met de naam Johan Museeuw. Een fles Italiaanse rode wijn verder zag het leven er opeens weer een stuk zonniger uit. Parijs-Roubaix begon te lonken, het wereldkampioenschap in Zolder begon zelfs al te dagen.
"Ik heb zelf nooit gezegd dat ik zou stoppen," beweerde de vedette uit Gistel. "Dat hebben jullie journalisten er van gemaakt. Ik heb alleen gezegd dat ik zou stoppen als ik voor de vierde keer de Ronde van Vlaanderen zou winnen. Als sporter heb ik een groot hart, maar als mens ben ik heel zwak, heel emotioneel. Wellicht was ik daarom zondagavond even weg."
In het gure noorden van Frankrijk was de kopman van Domo-Farm Frites weer helemaal terug. Door de kou en de regen begon al op tachtig kilometer van Roubaix het koppensnellen. Andrea Tafi, winnaar van de Ronde van Vlaanderen, moest als eerste afhaken. Een reeks valpartijen maakte een einde aan de ambities van Peter van Petegem. Voor Museeuw en zijn grote rivaal George Hincapie waren de zônes pavés geasfalteerde boerenpaden. Zij dansten over de kasseien en leken de pijn van deze kleine monstertjes niet te voelen. In het geweld waarmee het geesteskind van Theo Vienne en Maurice Perez altijd tot leven komt, was de Rabobank in geen velden of wegen te bekennen. Alleen debutant Roy Sentjens manifesteerde zich even bij een vroege ontsnapping. Daarna was de Nederlandse ploeg net zo onzichtbaar als in de overige wedstrijden van dit klassieke voorjaar.
Dat kan niet gezegd worden van Tristan Hoffman, Max van Heeswijk en Aart Vierhouten. Zij waren wèl voorin te vinden toen de finale begon. Door een spectaculaire valpartij verdween Vierhouten als eerste onder de modder. "Ik ben zeven keer gevallen," foeterde de coureur van Lotto na afloop. "Die banden deugen voor geen meter. De tube beweegt. Zodra er veel modder op de kasseien lag, glibberde ik van links naar rechts."
Waarna hij zijn visie gaf op de teleurstellende passiviteit bij de Rabo-ploeg, waarvoor hij vorig seizoen reed: "De spirit en het enthousiasme ontbreekt bij die mannen. Alleen is Erik Dekker de enige die dat inziet. Maar hij mag niets zeggen."
Voor Max van Heeswijk zat zijn werk er grotendeels op toen zijn kopman op veertig kilometer van Roubaix zijn duivels ontbond. Op de secteur pavé de Mérignies reed Museeuw spontaan weg uit een groep van elf mannen. Het 700 meter lange karrenspoor was lang genoeg om een gat te slaan met zijn voornaamste rivaal George Hincapie. De renner van US Postal had weinig tijd nodig om met Tom Boonen, de revelatie van dit voorjaar, de achtervolging in te zetten. Al snel werd duidelijk dat zij een verloren strijd voerden. Na een wasbeurt in een sloot naast het parcours was het gedaan met de aspiraties van Hincapie en mocht Boonen met Steffen Wesemann gaan duelleren om de tweede plaats.
Op dat moment had Museeuw zijn derde kei al te pakken en keek hij terug op het moment van zijn onverwachte aanval. "Ik zit nu eenmaal vol verrassingen. Opeens schoot er een flits door mijn hersenen en ben ik gewoon gegaan. Meestal stond zo'n flits in mijn carrière aan de basis van weer een overwinning. Parijs-Roubaix is een strijd op leven en dood. Er reden goede renners achter mij en door de regen en de wind was de kans op valpartijen groot. Ik heb tien kilometer volle bak gereden en toen was het gedaan. Daar was ik erg trots op, want ik heb in mijn eentje Hincapie en de nieuwe Johan Museeuw, mijn landgenoot Tom Boonen, verslagen."
Waarbij een tikkeltje geluk niet mag ontbreken. "Ik ben onderweg niets tegengekomen en dat is in Parijs-Roubaix wel eens anders geweest. Toch zal ik geen seconde van deze tiende Wereldbekerwedstrijd wakker liggen. Elf is toch ook mooi? In de Ronde van Vlaanderen kan ik recordhouder worden. Hier kan ik door nog een keer te winnen Roger de Vlaeminck evenaren. Het zal allemaal wel. Ik weet ook wel dat ik niet tot mijn veertigste kan koersen, maar laten wij nu alsjeblieft afspreken om over het onderwerp stoppen te zwijgen. Ik ben van plan om tot het WK in oktober in ieder geval door te gaan. Maar ik weet ook dat ik op een dag wakker word en zeg: 'Kijk, het is gedaan'."
Parijs - Roubaix: 1. Museeuw (Bel) 261 km in 6.39.08 (39,235 km/u), 2. Wesemann (Dui) 3.04, 3. Boonen (Bel) 3.08, 4. Hoffman (Ned) 4.02, 5. Michaelsen (Den), 6. Hincapie (VSt), 7. Gouvenou (Fra), 8. Van Heeswijk (Ned), 9. Mattan (Bel), 10. Cassani (Ita), 11. Schweda (Dui) 4.09, 12. De Clercq (Bel) 8.07, 13. Knaven (Ned), 14. Hoj (Den), 18. Vierhouten 9.11, 24. Boven 9.17, 28. Pronk 15.18. Buiten tijd: Boerman.
Stand Wereldbeker: 1. Museeuw 170 punten, 2. Cipollini (Ita) 120, 3. Tafi 109, 4. Hincapie 82, 5. Rodriguez (VSt) 79, 13. Hoffman 40, 21. Van Heeswijk 24, 26. Knaven 17.
Stand Wereldbeker ploegen: 1. Domo-Farm Frites 33 punten, 2. Lotto 17, 3. Mapei 15, 7. Rabobank 12.