AMSTERDAM - Na veertig jaar houdt Gasunie in zijn huidige vorm op te bestaan. Afgelopen week ontvouwde minister Jorritsma (Economische Zaken) het plan om het bedrijf in drieën op te splitsen en te verdelen tussen de aandeelhouders overheid, Shell en ExxonMobil. Deze beslissing komt voor iedereen als een volstrekte verrassing. Aandeelhouders zwijgen als het graf zolang de onderhandelingen nog niet zijn afgerond, gasafnemers vragen zich sterk af of de splitsing zal leiden tot meer concurrentie.

|
GEORGE VERBERG
... verregaande opdeling niet nodig...
|
Volgens de plannen van de huidige Gasunie-eigenaren komt het gastransport in handen van de Nederlandse staat en gaan Shell en Exxon ieder een eigen handelsbedrijf opzetten dat Nederlands gas gaat verkopen. Gasunie zelf stuurde aan op een splitsing in tweeën; een transportbedrijf en een handelsbedrijf. Gasunie-directeur George Verberg reageerde dan ook geëmotioneerd op de verregaande opdeling van zijn bedrijf. Volgens hem is dat niet nodig. In Duitsland zitten Shell en Exxon nog gezamenlijk in de groep aandeelhouders rond aardgasdistributeur Ruhrgas.
Dat Shell en Exxon (in Nederland Esso) nu het gevecht lijken aan te gaan om de klant in plaats van gebroederlijk naast elkaar aan tafel te zitten, wordt voorzichtig positief ontvangen. Maar voordat er echt sprake is van een concurrerende markt, zal er nog veel meer moeten veranderen, zo menen onder meer VEMW, de vereniging van zakelijke grootverbruikers, en VOEG, de vrijhandelsorganisatie voor elektriciteit en gas. Want de spelers in het veld zijn vooralsnog dezelfde.
Omdat vraag en aanbod van gas sterk kan fluctueren is het voor nieuwe aanbieders van groot belang dat zij toegang hebben tot de gasopslagbedrijven. Door de gaskraan naar believen open en dicht te draaien kunnen zij hun afnemers immers 'contracten op maat' bieden. Nederland telt drie opslagbedrijven. Twee daarvan zijn in handen van de NAM en dus van Shell en Esso, de derde is in handen van onder meer BP.
"In de gaswet staat dat deze bedrijven het deel van de ruimte dat zij niet nodig hebben voor hun eigen productie, moeten aanbieden aan derden", aldus Sjak Lomme, vice-voorzitter van VOEG. "En natuurlijk krijgen nieuwe gasaanbieders te horen dat de bedrijven alle ruimte zelf nodig hebben. Zij gaan erg creatief met die wet om." Ook Hans Grunfeld, directeur energie van VEMW, ziet dit probleem. "De prijzen en voorwaarden die de NAM en BP stellen, zijn onredelijk. Als dat niet verandert, gaan we van een monopolistische markt naar een oligopolische." De belangenorganisaties voor de afnemers vrezen kortom dat Shell en Esso de buit gewoonweg verdelen en dat er van echte concurrentie geen sprake zal zijn.
Volgens Grunfeld hangt ook veel af van de manier waarop het huidige transportbedrijf van Gasunie straks gaat functioneren. "Het is van wezenlijk belang voor een transparante en goed functionerende gasmarkt dat het transportbedrijf gaat meten hoeveel gas het gasnet in- en uitgaat." Net zoals Tennet, eigenaar van het hoogspanningsnet, er voor zorgt dat vraag en aanbod van stroom altijd in balans is, zou dit onderdeel van Gasunie dat voor gas moeten gaan doen.
De partijen wachten in spanning de uitwerking van de onderhandelingen af. Want de brief van Jorritsma aan de Tweede Kamer is nog erg summier.
Dat het Nederlandse gasgebouw op de schop moest, was al langer bekend. De Europese Unie wil dat de Europese gasmarkt uiterlijk in 2007 geliberaliseerd is en stuurt aan op een verplichte scheiding van handel en transport. In Nederland is gekozen voor een snellere liberalisering en maakte de nieuwe Gaswet twee jaar geleden al een einde aan de alleenheerschappij van Gasunie. Sindsdien zijn de grote gasverbruikers vrij om te kiezen bij wie ze hun gas kopen. In eerste instantie keerden de grootverbruikers Gasunie massaal de rug toe, maar afgelopen jaar keerde een groot aantal klanten weer terug. Volgens Gasunie is dat te danken aan het ontwikkelen van nieuwe 'prijsformules' en 'risicoprofielen'. Grunfeld ziet daarin juist het bewijs dat nieuwkomers praktisch geen toegang krijgen tot het gasopslag.
De Nederlandse gasmarkt is uniek in Europa dankzij de enorme gasvoorraad in Groningen. De gaswinning komt voor rekening van Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). De concessies van het Groningse aardgasveld zijn ingebracht in een maatschap, waar de staat voor 40% en Shell en Esso ieder voor 30% in deelnemen.
De maatschap tenslotte verkoopt het gewonnen gas aan de in 1963 opgerichte Gasunie, die tot taak kreeg aardgas in te kopen, te transporteren en te verkopen. Shell en Esso zijn nu nog voor een kwart eigenaar van Gasunie, de staat voor de andere helft.