BELGRADO - Generaal Dragoljub Ojdanic, bevelhebber van het Joegoslavische leger ten tijde van de NAVO-campagne en door het Joegoslavië-Tribunaal aangeklaagd wegens misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Kosovo, heeft gisteren gezegd dat hij de nieuwe Joegoslavische uitleveringswet respecteert en zich waardig zal overgeven aan het tribunaal in Den Haag.

|
Generaal Ojdanic. (Foto: REUTERS)
|
Tegen het dagblad Vesti zei Ojdanic dat hij, nu de uitleveringswet door het Joegoslavische parlement is aangenomen, de wettelijke plicht heeft om zich aan het tribunaal over te geven.
Zodra ik door justitie in Joegoslavië of door het tribunaal zelf gelast word naar Den Haag te gaan, dan ga ik, aldus Ojdanic.
Kort nadat het parlement in Belgrado met de uitleveringswet had ingestemd, schoot een van de aangeklaagden, de Servische oud-minister van binnenlandse zaken Vlajko Stojiljkovic, zichzelf donderdagavond voor het parlementsgebouw een kogel door het hoofd. Hij lag sindsdien in een diep coma in het ziekenhuis en overleed zaterdag zonder uit zijn coma te zijn ontwaakt.
In een afscheidsbrief verklaarde Stojiljkovic zijn daad. "Met deze daad druk ik als afgevaardigde van het federale parlement mijn protest uit tegen dit marionettenregime. Ik beschuldig het van de vernietiging van Joegoslavië met de hulp van onze grootste buitenlandse vijand (..), van meedogenloze schendingen van de grondwet en andere wetten van dit land, van de politiek van verraad en capitulatie, het ruïneren en verstikken van onze nationale waardigheid."
De Verenigde Staten hadden de Joegoslavische autoriteiten tot eind maart de tijd gegeven om met het tribunaal mee te werken en verdachten over te dragen. Door de wet aan te nemen lijkt Joegoslavië zich te hebben verzekerd van de 120 miljoen dollar aan steun die Washington Belgrado in het vooruitzicht heeft gesteld.
(AP)