AIGLE - Een kwart eeuw droomde Hein Verbruggen over een tempel voor de wielersport. Zondag, op de verjaardag van de Union Cycliste International, komen ruim zeshonderd coryfeeën naar 'zijn' World Cycling Centre in het Zwitserse Aigle om de officiële opening bij te wonen. In zijn stijlvolle kantoor, met uitzicht op de houten piste, waar ex-wereldkampioen Frédéric Magne talent uit de hele wereld traint, geniet Verbruggen van de inspirerende ambiance. "Hier rijden de wereldkampioenen van de toekomst. Als Magne het hek openzet, pakt Guo Shuang zo de regenboogtrui op de piste. Ze komt uit China, is pas vijftien. In Beijing moet zij in 2008 olympisch kampioene worden."

|
UCI-voorzitter Hein Verbruggen ziet dagelijks vanuit zijn kantoor in het World Cycling Centre in het Zwitserse Aigle hoe jonge talenten worden getraind en bijgeschoold op het gebied van voeding en anti-doping.
|
Bij de rondleiding wordt het al snel duidelijk dat het WCC het levenswerk van de Nederlandse UCI-voorzitter is. Niet één internationale sportfederatie beschikt immers over een ultramodern trainingscomplex, waarin ook het hoofdkantoor huist. Met de Alpen op de achtergrond, aan de boorden van de Rhône, maakt het complex een chique en de filosofie achter het project een solide indruk.
Verbruggen: "In Lausanne gooiden wij elk jaar 230.000 euro aan huur in het Meer van Genève. Hier in Aigle is deze grond de komende 75 jaar door de gemeente gratis beschikbaar gesteld. Voor het WCC is een aparte stichting opgericht, die het complex doorverhuurt aan de UCI. Dat levert eenderde deel van de exploitatie op. De gymnastiekbond huurt de turnhal. Alleen als onze accommodatie een multifunctioneel karakter zou hebben, wilde de Zwitserse overheid zo'n vijf miljoen francs (± €3.2 miljoen, BS) beschikbaar stellen. Daar hebben wij met de turnhal aan voldaan en dat levert weer vijftien procent van de exploitatiekosten op. In de zomer trainen hier de skiërs in het krachthonk en maakt de atletiekunie gebruik van het middenterrein. Wij hebben de financiering van het WCC bij elkaar geschooid en dat geldt in feite ook voor de exploitatie. Nu wil de internationale schermbond ook een eigen centrum op een stuk grond hiernaast. Dat hebben wij alvast gekocht. En mochten er gaten in de exploitatie vallen, dan kunnen wij die uit eigen middelen dichten."
In het World Cycling Centre staat de opleiding centraal. Om de kloof tussen arm en rijk te verkleinen, trainen jonge atleten uit de hele wereld in het sportpaleis van Aigle. Zij blijven negen maanden, krijgen scholing en slapen op de hotelschool in Leysin. Tijdens de training in het WCC worden zij ook bijgeschoold op het gebied van voeding, anti-doping en wordt er voorlichting gegeven.
Verbruggen licht toe: "De UCI heeft 170 aangesloten landen. Wij hebben in Bolivia geweldige klimmers en in Kenia prima mountainbikers. Maar wat er ontbreekt, is een structuur. Vroeger stuurden wij trainers naar die landen, maar dat werkt niet. Nu komt het talent na zorgvuldige selectie hier naartoe. Na hun stage blijven wij ze volgen. Het is de bedoeling dat wij 'onze' jongens naar het WK sturen. Als een jonge Boliviaan zijn land op de Spelen een medaille kan bezorgen, dan gaat daar een enorme promotie van uit. In Sydney won een coureur uit Uruguay zilver op de puntenkoers. Het eerste olympisch zilver in de geschiedenis van zijn land. Dat levert een geweldig Anton Geesink-effect op."
Een Hall of Fame, een informatie en documentatiecentrum, een restaurant, vergader- en conferentiezalen, hoog gespecialiseerde coaches en de 200 meter houten baan, die door een dak in de vorm van een spaakwiel wordt overdekt, komen vervolgens in de reclamespot van Verbruggen aan de orde.
In de catacomben valt opeens een gietijzeren hekwerk op. Een wijnkelder in een wielertempel? "Klopt," zegt Verbruggen. "In Zwitserland heet zo'n kamer een carnotzet. Daar wordt wijn gedronken en kaas en spek gegeten. Van de wijnbouwers uit de omgeving krijgen wij gratis 200 flessen. Ik betwijfel of dat genoeg is, maar enfin. Er zijn al zes grote wielen kaas toegezegd en met die spek komt het ook wel in orde. Dit wordt het exclusieve domein van het hoofdbestuur, waar na de vergaderingen nog even kan worden nagekaart."
Op de tweede verdieping bevindt zich het bureau, waar inmiddels 35 mensen werken en waarmee duidelijk wordt dat de UCI gestaag op weg is om de best georganiseerde internationale sportfederatie te worden. "Toen ik in 1991 voorzitter werd, werkte ik met een budget van 700.000 gulden. Nu is dat veertig keer zo hoog. Ook daarom moest dit centrum er komen. Bovendien gaat er een geweldige synergie vanuit als onze medewerkers de jeugd zien trainen of als Lance Armstrong of Francesco Moser op bezoek komt."
Door de vele kozijnen heeft iedereen uitzicht op de houten trainingsbaan. Een prachtig beeld, dat nooit went. Zelfs niet bij Hein Verbruggen, die er al 25 jaar over heeft kunnen dromen.