door Teije Brandsma LUANDA - Het Angolese leger en de rebellen van de Unita-beweging hebben gisteren een staakt-het-vuren ondertekend. De overeenkomst om de wapens neer te leggen, betekent dat er na 26 jaar een einde komt aan de burgeroorlog. Circa vierduizend mensen waren aanwezig bij de ondertekening die door de Verenigde Naties 'historisch' werd genoemd.

|
president Dos Santos (Foto: REUTERS)
|
De ceremonie, in het parlementsgebouw in Luanda, werd bijgewoond door president Jose Eduardo dos Santos, vertegenwoordigers van Unita en VN-vertegenwoordiger Ibrahaim Gambari. Volgens Gambari zullen de VN doorgaan met het ondersteunen van het vredesproces in Angola, een land waar anderhalve maand geleden nog een schijnbaar onoplosbaar conflict voortsluimerde.
Een keerpunt bleek de dood van Unita-leider Jonas Savimbi, zes weken geleden. Nadat regeringstroepen hem en een aantal getrouwen in een zware schotenwisseling hadden gedood, maakte het vredesproces spectaculaire vorderingen. Kennelijk, zo wordt nu geconcludeerd, was het alleen de energie en het charisma van Savimbi die de oorlogsmachine van Unita gaande hield.
De afgelopen twee weken is er overleg gevoerd tussen de twee partijen. Het voornaamste gesprekspunt was het probleem van circa 50.000 Unita-rebellen. Overeengekomen werd dat zij opgenomen worden in het regeringsleger. Dos Santos beloofde gisteren dat er vrije verkiezingen worden gehouden.
Angola was tot 1975 een kolonie van Portugal. Direct daarna begon een oorlog tussen Unita, die zich profileerde als een westers-georiënteerde beweging, en de regering, die communistische sympathieën had.
Ten tijde van de Koude Oorlog werden Unita gesteund door Zuid-Afrika en de VS en de regering door Cuba en de Sovjet-Unie. Unita wist na de val van de Berlijnse Muur, toen steun tegen de communisten niet meer opportuur was, de oorlog zelf te financieren door illegale diamanthandel.