AMSTERDAM - Het rommelt bij de Nederlandse land- en tuinbouwcoöperaties. Afgelopen week maakte aardappelzetmeelconcern Avebe bekend onrendabele activiteiten af te stoten, arbeidsplaatsen te schrappen en de organisatiestructuur gaat op de schop. Ook Cebeco heeft onlangs de portefeuille en structuur onder de loep moeten nemen. Het roept de vraag op of er in Nederland nog wel toekomst is voor deze agrarische reuzen.

|
Internationalisering agroconcerns vraagt om professioneler bestuur. (Foto: Henk Oosterhuis)
|
Volgens Gert van Dijk, directeur van de Nationale Coöperatieve Raad (NCR) en hoogleraar aan de Landbouwuniversiteit van Wageningen en de universiteit van Nijenrode, draait het eigenlijk om de vraag of de Nederlandse landbouw nog wel toekomst heeft. "Ja", zo beantwoord Van Dijk de retorische vraag. "Wel als de sectoren leidend kunnen blijven. Maar dat vraagt om investeringen die alleen in coöperatieve vorm op te brengen zijn."
Waar wringt dan wel de schoen? Coöperaties hebben in de afgelopen jaren enorme ontwikkelingen doorgemaakt. De ooit meer dan 1800 kleine dorpscoöperaties zijn uitgegroeid tot een handvol grote ondernemingen. De speciale bestuursstructuur bleef echter veelal in tact. De boer is zowel aandeelhouder, als toeleverancier, klant, en bestuurder. Maar om overeind te kunnen blijven in een steeds vrije wereldmarkt moesten veel coöperaties marktgerichter worden en zich gaan gedragen als 'gewone' ondernemingen. De agroconcerns zijn gaan investeren in merknamen en gingen de grens over. Bovendien investeren de coöperaties steeds meer in activiteiten die verder van het boerenerf af liggen. Van Dijk: "Daarmee bedoel ik producten die niet van de ondernemers zelf afkomstig zijn. Denk bijvoorbeeld aan babyvoeding, 'groene' kaas, of zelfs frisdranken."
De meeste coöperaties zijn inmiddels miljoenenondernemingen. Zo haalde Cebeco in 2000 een omzet van ruim €3,4 miljard en een winst van €9,5 miljoen. Avebe boekte een omzet van €811 miljoen.
"Deze tendens vraagt om een meer professioneel bestuur die verder van de leden/aandeelhouders afstaat", aldus Van Dijk. Avebe maakte afgelopen week onder meer bekend de divisiestructuur om te willen gooien. De werkmaatschappijen komen losser te staan van het coöperatieve concern. Iedereen vreesde direct dat daarmee het einde van de coöperatievorm werd ingeluid. Maar volgens Van Dijk is die angst waar het Avebe betreft ongegrond. Dat gevaar bestaat volgens hem wel bij de fruit- en de varkenshouderscoöperaties. "Daar is de afgelopen tien jaar veel te weinig in geïnvesteerd. De varkenshouders en fruittelers verkopen hun producten vaak buiten de coöperatie om en hebben daardoor weinig binding met hun organisatie."
Maar bij Avebe en Cebeco ligt dat anders. "Daar hebben de leden in de loop der jaren heel veel geld in gestoken. Bovendien kan Avebe helemaal niet weg als de aandeelhouders dat niet willen", ziet Van Dijk. "De boeren moeten alleen afstand nemen, niet afstand doen."
Het bestuur van Avebe bestaat uit leden-aardappeltelers en bestuursvoorzitters van andere concerns. Simpel gezegd hebben degenen die de aardappelen leveren ook het laatste woord over het beleid. De beleidsuitvoering en de dagelijkse gang van zaken worden door het bestuur uit handen gegeven aan de hoofddirectie. Het bestuurlijk toezicht wordt uitgeoefend door de raad van commissarissen die ook bestaat uit zowel leden-telers als uit allerlei externe mensen.
Volgens Van Dijk hebben de zuivelcoöperaties Campina en FCDF (Friesland Coberco Dairy Foods) al jaren de meest evenwichtige bestuursstructuren. Het bestuur van bijvoorbeeld de coöperatie Campina bestaat uit leden en externen. De coöperatie staat echter los van de BV Campina, die een eigen raad van commissarissen en een eigen raad van bestuur heeft. "De marketingafdeling van het concern heeft geen idee van wat er zich afspeelt in de coöperatie", aldus van Dijk.
De coöperaties zijn feitelijk bezig de topstructuur te professionaliseren en voor wat betreft het toezicht een zakelijke bedrijfsvoering te garanderen. Dat de coöperaties tevens bezig zijn onrendabele productielijnen te sluiten en zich te focussen op kernactiviteiten bewijst dat eens te meer. Zo wil Avebe marktleider worden op het gebied van aardappel- en tapiocazetmeel en wil Cebeco een keuze maken tussen pluimvee- en varkensvlees en akkerbouw.