
|
Een Palestiijnse jongen springt door een gat in de muur van het Al Amari vluchtelingenkamp in Ramallah. (Foto: AP)
|
RAMALLAH - Nu het grootste Israëlische offensief op de Westoever in 35 jaar tijd is afgelopen kunnen de Palestijnen beginnen met het opmaken van de schade. In Ramallah begaven de inwoners zich gisteren na een belegering van drie dagen weer op straat. Hun eerste taak: het begraven van de doden. Vier van de dertien Palestijnen die de afgelopen week in de stad omkwamen werden, gehuld in Palestijnse vlaggen, ter aarde besteld. Na dagen van felle schotenwisselingen met de Israëlische strijdkrachten, richtten de Palestijnen gisteren hun lopen richting hemel; saluutschoten voor de overledenen.
Nu de kruitdampen zijn opgetrokken is de haat jegens Israël weer zichtbaar in de ogen van de Palestijnen. En die haat is alleen maar toegenomen. Drie dagen konden zij hun huizen niet uit. Op iedereen die zich op straat begaf werd met scherp geschoten.
Het huis van Radwan Ahmed werd dinsdag door zes Israëlische tanks en pantserwagens omsingeld. "Hadden ze op de deur geklopt, dan had ik opengedaan", zegt de 57-jarige apotheker, nog steeds niet bekomen van de schok. Maar in plaats van te kloppen, bliezen de soldaten de deur open. In de muren van de woonkamer werden door de knal talloze gaten geblazen.
De familie Ahmed, naast Radwan ook zijn vrouw en twee volwassen kinderen, dook in paniek weg toen de Israëli's al schietend hun huis binnenstormden. "We zwaaiden met een witten lap", aldus Ahmeds 23-jarige dochter, "maar de tank richtte zijn loop op ons en wij begonnen te schreeuwen: 'Wij zijn burgers! Wij zijn burgers!'" Als ze het verhaalt vertelt, schieten de tranen haar weer in de ogen.
De familie werd door de militairen gesommeerd een kamer in te gaan, waar ze achter slot en grendel verdwenen. In luttele minuten was hun huis veranderd in een schuilplaats voor Israëlische scherpschutters. "Ik heb de dood in de ogen gekeken", zegt Ahmed na de terugtrekking van de Israëlische troepen.
Schade
De schade van de Israëlische invasie van Ramallah aan infrastructuur, elektriciteit, riolen en wegen loopt volgens de Palestijnse minister Saeb Erekat in de tientallen miljoenen.
Het Israëlische offensief in Ramallah was gericht tegen Palestijnse schutters en bommenleggers die de afgelopen zeventien maanden aanslagen hebben gepleegd tegen de Israëlische bevolking. Maar Ahmed gelooft daar niets van. "Wie zijn wij?", vraagt hij zich af. "Zijn wij een militie? Waar Israël mee bezig is, is terrorisme van de bovenste plank."
Tussen de platgeschoten huizen en vernielde auto's in had de Amerikaanse gezant Anthony Zinni gisteren in Ramallah een ontmoeting met de Palestijnse leider Jasser Arafat. Een dag daarvoor had Zinni met de Israëlische premier Sjaron gesproken. "Er zijn elementen van hoop", zei hij na afloop van dat onderhoud.
Hoewel de Verenigde Staten de volledige aftocht van het Israëlische leger uit de Palestijnse gebieden hadden geëist, lijken de troepen van Sjaron zich alleen te hebben teruggetrokken tot de grenzen van de diverse steden. Rondom Ramallah heeft het Israëlische leger een kordon gelegd. Arafat: "De tanks staan nog steeds aan de rand van Ramallah. Zij hebben zich uit de meeste steden nog niet teruggetrokken."
(AP/Reuters) |