BRUSSEL - Als een immense betonnen kathedraal steekt de scheepslift van Strépy-Thieu uit boven het troosteloze Waalse landschap. Haveloze dorpjes en begroeide bulten kolenas herinneren aan het roemruchte industriële verleden van deze verarmde streek, de Borinage.
De mijnen zijn allang dicht en de staalindustrie op sterven na dood, maar de 110 meter hoge scheepslift moet het gebied nieuw leven inblazen. Althans, dat zeggen de Waalse bestuurders die honderden miljoenen euro's in het project hebben gepompt in de hoop dat de stilgevallen scheepvaart zich hier op miraculeuze wijze zal herstellen.
|
De betonnen reus doet voornamelijk dienst als toeristische trekpleister. (Foto: PETER-VINCENT SCHULD/SCHULD)
|
Onlangs werd de scheepslift voor het eerst met succes getest. In zes minuten tijd tilde de lift een binnenschip van 1350 ton 73 meter omhoog, zonder haperen. Deze zomer moet de kolos echt operationeel worden. Dan is het laatste deel klaar van het nieuwe kanaal dat van en naar de lift leidt, zodat passerende schepen uiteindelijk van Doornik naar Luik kunnen varen.
De bouw van de lift, die oorspronkelijk zes jaar zou gaan duren, heeft dan twintig jaar gekost en een veelvoud van de €150 miljoen die er bij de start was voorzien. Uiteindelijk bedraagt het prijskaartje ruim €670 miljoen. Failliete aannemers, geruchten over fraude en corruptie en immense vertragingen tekenen de geschiedenis van het project. Vanaf het begin is er ook getwijfeld aan het nut van de grootste scheepslift ter wereld.
In 1978, toen de beslissing viel om het Waalse Canal du Centre te moderniseren, was het kanaal al lang niet meer de slagader van het kolenvervoer die het tot in de jaren '50 was. Maar de werkloosheid was hoog en volgens de beruchte Belgische 'wafelijzerpolitiek' moest Wallonië compensatie krijgen voor het geld dat Vlaanderen in de bouw van een nieuwe sluis bij Zeebrugge wilde steken. Zij een sluis, wij een scheepslift. In de volksmond worden dergelijke werken dan ook wel 'les grands travaux inutils' genoemd, de grote nutteloze werken.
In 1988 was het feest uit. Wallonië moest voortaan zelf voor de rekening opdraaien. Maar toen was het goedkoper om de lift te voltooien dan de ingehuurde aannemers, waaronder HBG-dochter Galère, af te kopen. Een onafhankelijke economische studie noemde het project volstrekt onrendabel, maar de overheid zette koppig door. En zo heeft Wallonië nu zijn 'achtste wereldwonder'.
De betonnen reus vervangt de vier antieke ijzeren scheepsliften die nu nog binnenschepen tot 350 ton door het Canal du Centre hijsen. Een tochtje van 10 kilometer dat vijf uur duurt. Tegenwoordig zijn het vooral plezierbootjes die hier nog het geduld voor op kunnen brengen. Bovendien is het kanaal sinds kort helemaal niet meer bruikbaar; een ongeluk met een binnenschip heeft onlangs één van de liften voor maanden buiten werking gesteld. Schepen moeten nu een enorme omweg maken.
De nieuwe lift kan schepen tot 1350 ton heffen en bekort de reis tot twee uur. De universiteit van Bergen voorspelt in een studie dat het scheepvaartverkeer door de nieuwe lift zal verdubbelen, maar dan nog komt dat slechts op een armzalig verkeer van twee miljoen ton per jaar.
Geen wonder dat Strépy-Thieu nu al te boek staat als een van de duurste Belgische blunders aller tijden, te vergelijken met de nooit voltooide metro van Charleroi (kosten €650 miljoen). Maar het bizarre bouwsel is onderhand wel een toeristische trekpleister geworden, net zoals de oude scheepsliften en het hellend vlak van Ronquières, een soort roltrap voor schepen in het aanpalende kanaal Brussel-Charleroi. In het bezoekerscentrum bovenop de lift krijgen dagjesmensen uitleg over Belgische helden als Eddy Merckx en Adolphe Sax, de uitvinder van de saxofoon. Zo beschouwd is de lift 73 meter Belgisch zelfvertrouwen, een staaltje technisch vernuft waar de 'Ollanders' nog een puntje aan kunnen zuigen.
Maar ook hier doemen donkere wolken op.
In China wordt gebouwd aan een nog veel grotere scheepslift, die Strépy-Thieu onverbiddelijk uit het Guinness Book of Records zal stoten. Tijd voor een nieuw wereldwonder.