De Telegraaf-iDe KrantNieuwsLinkSportLinkDFT.nlDigiNieuwsCrazyLife
za 26 januari 2002  
---
Nieuwsportaal
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
PC Thuis 2001 
Begroting 2002 
De prins en Maxima 
Over Geld 
Fiscus 2001 
Scorebord 
Auto op vrijdag 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
Jaaroverzicht 2001 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
CrazyLife 
Weerkamer 
Al onze specials 
Headlines 
Wereldfoto's 
Wereldfotos 
Reageer op 't nieuws 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo 
---
Met Elkaar 
Netmail 
Nice2Meet 
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
De Psycholoog 
Uw horoscoop vandaag 
---
Contact 
Abonneeservice 
Advertentietarieven 
Mail ons 
Over deze site 
Bij ons werken 

Alles over de euro 
Het huwelijk van de prins en Máxima 
Het Jaarboek 2001 
[terug]
 D E   T E L E G R A A F   T E L E S P O R T 
 
  Jan Huberts verlost
van zware last

   
 

WATERINGEN - Hij was met recht een motorsportman in zijn hart, dat tweemaal een infarct moest verwerken, en zijn nieren, die de slijtageslag genaamd 'het leven van Jan Huberts' opvallend goed hebben doorstaan. Zijn carrière in de motorsport, eerst als coureur en daarna als teammanager, hing aaneen van conflicten met bestuurders en andere bobo's, die Huberts doorgaans liever zagen gaan dan komen. Toch zal zelfs zijn grootste tegenstander moeten bekennen dat de man achter de successen van onder anderen Hans Spaan en Wilco Zeelenberg meer heeft betekend voor de Nederlandse motorsport dan veel van de bestuurders, die hem gedurende bijna 45 jaar motorsport het leven meer zuur dan zoet maakten. Jan Huberts kan er, zo vlak na zijn afscheid van zijn geliefde sport, nog slechts om lachen. Al is het maar omdat omkijken in wrok altijd zinloos is.

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (284x426, 19kb)
Jan Huberts (Foto: Fotografie Rob de Jong)
Voor een goed observator is het in feite overbodig om Jan Huberts naar de belangrijke zaken in zijn huidige leven te vragen; de kolossale fabriekshal op het kille industriegebied in Wateringen spreekt immers boekdelen. Niks geen motorfiets voor de deur, maar direct naast de hoofdingang een fraai ingelegde plaquette die verraadt dat kleinzoon Mitchell hoogstpersoonlijk de eerste steen heeft gelegd van het pand waarin zijn opa tegenwoordig kantoor houdt. En om de laatste twijfels over de liefde voor zijn naasten weg te nemen, wil Huberts ook nog wel even uitleggen waar de letters DC in de bedrijfsnaam DC Import voor staan: Désirée Carola; inderdaad de namen van zijn enige dochter. Kan het nog toeval zijn dat echtgenote Gerdy tijdens het gesprek 'zomaar even' belt om te vragen hoe het met manlief gaat?

Wellicht zou 'van motormuis tot familieman' een aardige titel zijn voor Huberts' biografie, ware het niet dat zo'n boekwerk er nooit zal komen. Huberts heeft wel wat beters te doen, want het afscheid dat hij afgelopen jaar van de motorsport nam, betekent niet dat de inmiddels 64-jarige ("zou je me niet geven hè?") oud-marinier op zijn lauweren is gaan rusten. Van VUT en pensioen wil hij niets horen; Jan Huberts, voormalig werknemer van Shell en teammanager van een professioneel Grand Prix-racingteam, werkt 'gewoon' in het naar zijn dochter genoemde bedrijf. "En daar heb ik hartstikke veel plezier in, ik ga met liefde langs de dealers om helmen te verkopen."

Die liefde koesterde hij het grootste deel van zijn leven voor de motorsport, eerst als meer dan verdienstelijk coureur en daarna als teammanager. Pieken en dalen kende Huberts in beide functies, om nog maar te zwijgen van de tegenwerking, die hij tijdens zijn motorloopbaan vrijwel dagelijks van diverse kanten moest slikken. Met importeurs, coureurs, nationale en internationale bonden en zelfs zijn eigen teamleden lag 'de peetvader van de Nederlandse motorsport' zo vaak overhoop dat mensen in zijn directe omgeving zich zorgen gingen maken als Huberts eens een paar dagen met niemand ruzie had. "Het zijn jaren vol frustraties geweest, daar ga ik echt niet omheen draaien. Maar moet ik me daar nu, zo vlak na mijn afscheid, nog druk om gaan maken? Kom zeg, ik heb me lang genoeg druk gemaakt."

Op een van de kantoorkasten prijkt een afzichtelijk 'iets', dat bij nader onderzoek de bij de Henk Vink Trofee behorende wisselbeker blijkt te zijn. Huberts kreeg de door de KNMV (Nederlandse motorbond) jaarlijks uitgereikte prijs bij zijn afscheid, als dank voor alles dat hij voor de Nederlandse motorsport heeft gedaan en betekend. En Huberts zou Huberts niet zijn als hij er niet iets op had aan te merken. "Het is mij eerlijk gezegd niet duidelijk waarom ik die prijs nu krijg, ik zie het meer als een goedmakertje voor het feit dat ik in 1962 niet de Hans de Beaufort-beker heb gekregen."

Die onderscheiding, de hoogste die de KNMV kent, wordt jaarlijks uitgereikt aan de beste motorsporter van het jaar en Huberts vindt anno 2002 nog steeds dat hij die titel in 1962 verdiende. "Ik won in dat seizoen twee Grands Prix en werd derde in de eindstand van het wereldkampioenschap. Maar de onderscheiding ging naar motorcrosser Frits Selling", aldus Huberts, nog maar eens aangevend dat een onderscheiding behorend bij de meest controversiële man uit de Nederlandse motorsport hem ook niet zou misstaan.

De twee GP-zeges op een 50cc-Kreidler, behaald in Frankrijk (Clermont-Ferrand) en Duitsland (Sachsenring), vormen de hoogtepunten uit Huberts' loopbaan als coureur. Natuurlijk kreeg de ambitieuze racer ruzie met de Kreidler-bazen, omdat hij - nota bene tijdens zijn 'eigen' TT van Assen - stalorders naast zich neer zou hebben gelegd en vóór zijn teamgenoot als tweede was gefinisht. "Dus vertrok ik bij Kreidler, kwam bij Derbi terecht en werd twee jaar later weer 'gewoon' privé-rijder." Een in 1966 op de Nürnburgring opgelopen beenbreuk zou de definitieve nekslag voor Huberts' ambities als coureur betekenen. "Daarna heb ik alleen nog maar voor de lol geracet; en reken maar dat we lol hebben gehad. De motorsport van toen kun je absoluut niet vergelijken met de sport anno nu. Destijds bestond er echte vriendschap op het rennerskwartier en liet iedereen elkaar in zijn waarde. Tegenwoordig proberen ze elkaar allemaal onderuit te halen, de één z'n dood is nu de ander z'n brood."

Het is die steeds verder verzakelijkte wereld waarvan Huberts desondanks nooit afscheid kon nemen. Nog maar nauwelijks uit het zadel, manifesteerde hij zich als teammanager. Bekende Nederlandse topcoureurs als Jos Schurgers, Boet van Dulmen, Hans Spaan en Wilco Zeelenberg bestormden onder de vleugels van Huberts het mondiale motorsporttoneel. Laatstgenoemd tweetal, samen goed voor tien GP-zeges, stond aan de basis van de meest succesvolle periode die Huberts als teammanager meemaakte. "Dat was de allermooiste tijd, we waren een internationaal aansprekend topteam, dat voor Nederlandse begrippen ongekend professioneel te werk ging."

Dat succes, begin jaren negentig, zou even groot als kortstondig blijken. Huberts: "De grootste fout die ik destijds heb gemaakt, is om het geld dat we verdienden allemaal in een jeugdteam te steken. Achteraf beschouwd had ik dat in mijn eigen zak moeten steken; ik zeg het maar gewoon zoals het is." Het einde van de grote successen vormde tevens het begin van flink wat medische ellende. Maar spierreuma, suikerziekte, longtrombose en twee hartinfarcten kregen Huberts er niet onder. "Het heeft me nooit kunnen weerhouden steeds weer terug te keren in de motorsport; net zo min als alle financiële tegenslag dat ooit heeft kunnen doen. Ik zie in iedere tegenslag een nieuwe uitdaging; en in de motorsportwereld ben ik tegen heel wat uitdagingen aangelopen."

Waar Huberts in die snelle wereld zelden tegenaan liep, was een echte vriend. "De motorsport is 45 jaar lang het belangrijkste in mijn leven geweest, maar echte vrienden heb ik er, op een paar uitzonderingen na, niet aan overgehouden. Het hele circus hangt aan elkaar van leugens en bedrog en ik ben in al die jaren regelmatig bedonderd; daar kan ik heel slecht tegen. Natuurlijk weet ik dat veel mensen mij ook verwijten de boel regelmatig te hebben belazerd, maar ik durf met droge ogen te beweren dat ik in al die jaren nog nooit iemand heb besodemieterd. Ik sta voor driehonderd procent achter de dingen die ik zeg en kom mijn beloftes altijd na. De eerste die het tegendeel kan bewijzen, mag zich bij mij melden."

Dat moet dan wel bij het in Wateringen gehuisveste bedrijf van Huberts gebeuren, want op de circuits zal de in Delfzijl geboren zoon van een politieagent - "ik ben met twaalf paarden uit de klei getrokken, ben een echte Groninger stijfkop en ben daar apetrots op" - zich niet of nauwelijks nog vertonen. "De afgelopen jaren had ik al steeds minder zin om naar de races te gaan; Martin (van Genderen, al jaren de rechterhand van Huberts in zowel het raceteam als het bedrijf, red.) heeft zich vreselijk uitgesloofd om alles op de rails te houden, maar uiteindelijk ging de motorsport steeds meer ten koste van het bedrijf. Toen ik eind vorig seizoen niet het geld bijeen kon krijgen dat nodig was om het team voort te zetten, heb ik er een punt achter gezet; een keer moet het afgelopen zijn. Achteraf durf ik wel te bekennen dat ik te lang te veel eigen geld in het racen heb gestopt, dat is iets waar ik spijt van heb."

Al worden die gevoelens van spijt steeds vaker weggedrukt door de gevoelens van geluk die 'motorman in ruste' Huberts heden ten dage ten deel vallen. "Toen ik stopte, zei iedereen dat ik niet zonder de motorsport zou kunnen. Maar geloof me, ik mis het helemaal niet; integendeel, er is een enorme last van mijn schouders gevallen. Eindelijk kan ik mijn aandacht richten op de dingen die de afgelopen jaren veel tekort zijn gekomen. Ik heb definitief een punt achter de professionele motorsport gezet, blijf wel op de achtergrond betrokken bij ons jeugdteam en ben bereid iedereen te helpen die om hulp of advies bij me aanklopt. Mijn hele leven heeft in het teken van de motorsport gestaan en ik heb die sport altijd een warm hart toegedragen. Dat sommigen daar anders over denken is een gegeven, waar ik me nu echt niet meer druk om ga lopen maken."

Huberts kijkt naar kleinzoon Mitchell, die zijn opa vanaf een ingelijste foto aan de muur van het kantoor breed lachend in de gaten houdt. "Dat is echt mijn oogappel, het is veel beter me druk te maken om hem, dan om alle mensen die ik de afgelopen jaren op wat voor manier dan ook tegen me in het harnas heb gejaagd. Ik kijk zeker niet om in wrok, daarvoor is de motorsport me al die jaren veel te dierbaar geweest. Maar nu ik ben gestopt, voel ik pas wat voor zware last er al die jaren op mijn schouders heeft gerust. Van die last ben ik nu eindelijk verlost, dat is voor mij het enige dat telt."

door Dick Springer



 

zoek naar gerelateerde artikelen


za 26 januari 2002

[terug]
     
© 1996-2002 Dagblad De Telegraaf, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.