De Telegraaf-iDe KrantNieuwsLinkSportLinkDFT.nlDigiNieuwsCrazyLife
za 26 januari 2002  
---
Nieuwsportaal
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
PC Thuis 2001 
Begroting 2002 
De prins en Maxima 
Over Geld 
Fiscus 2001 
Scorebord 
Auto op vrijdag 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
Jaaroverzicht 2001 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
CrazyLife 
Weerkamer 
Al onze specials 
Headlines 
Wereldfoto's 
Wereldfotos 
Reageer op 't nieuws 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo 
---
Met Elkaar 
Netmail 
Nice2Meet 
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
De Psycholoog 
Uw horoscoop vandaag 
---
Contact 
Abonneeservice 
Advertentietarieven 
Mail ons 
Over deze site 
Bij ons werken 

Alles over de euro 
Het huwelijk van de prins en Máxima 
Het Jaarboek 2001 
[terug]
 D E   T E L E G R A A F   B U I T E N L A N D 
 
  Arafat vreest totale chaos
   
 

door Frank van Vliet RAMALLAH - Het hoofdkwartier van de Palestijnse leider Jasser Arafat in Ramallah ligt er in de donkere nacht somber bij. Slechts een vuurtje waaraan de bewakers zich verwarmen, wijst de weg naar de toegangspoort. Het manoeuvreren van Israëlische tanks, die er voor moeten zorgen dat Arafat in Ramallah blijft, verbreekt de stilte.

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (426x284, 29kb)
Jasser Arafat (Foto: REUTERS)
De wachten zijn deze psychologische oorlogsvoering wel gewend. In het donker wordt snel de tas onderzocht en via alweer donkere gangen, uit angst voor Israëlische scherpschutters, naderen we de vertrekken van de president. Zijn droom van een onafhankelijke staat lijkt verder weg dan ooit. Wij mochten voor het gesprek aanschuiven bij het diner met Arafat. Een eenvoudige maaltijd van soep met daarna hoemoes, kaas en fruit.

De enige versiering in de witte ruimte was een enorme foto van Jeruzalem met de Al-Aksa moskee, het symbool van de door de Palestijnen zo vurig gewenste hoofdstad. Het werd een merkwaardig avondmaal waarbij door de circa 20 aanwezigen, allen vertrouwelingen van Arafat, voornamelijk werd gezwegen. De president voerde de gasten zo af en toe een stukje fruit uit het vuistje, en roemde de kwaliteiten van een modderzwarte smurrie die bleek te bestaan uit geplette zaadjes en honing. Voor de rest bleef het stil. Navraag leerde dat Arafat de maaltijden graag als een rustpunt gebruikt.

Strijdbaar

De 71-jarige leider houdt er nog steeds een druk werkschema op na en slaapt zelden voor vier uur 's nachts. Tijdens de maaltijd oogde hij vermoeid en oud met zo af en toe het befaamde trillen van zijn onderlip. Gedurende het vraaggesprek was hij, bijgestaan door vijf woordvoerders die hem enkele malen aanvulden en 'stuurden', echter alert en strijdbaar. Arafat is er op gebrand het beeld van een uitgebluste en 'irrelevante leider', dat Israël graag van hem schept, te corrigeren.

"Ik ben door het Palestijnse volk gekozen in een verkiezing die werd bijgewoond door internationale waarnemers. Dus niemand anders dan het Palestijnse volk kan mij als 'irrelevant' aanduiden. Ik ben één met mijn volk. Zij hebben het recht mij aan hun zijde te hebben. Als het volk een andere leider kiest, dan zal ik dat accepteren, maar ik laat mij niet door Israël afzetten."

Arafat zegt geen oog minder dicht te doen door de aanwezigheid van de Israëlische tanks op 100 meter van zijn kantoor, die hem al sinds begin december in Ramallah houden. "Vergeet niet dat ik dit al eerder heb meegemaakt. In Jordanië in 1968 waar we vochten tegen de Israëli's en in Beiroet in 1982, toen het Israëlische leger onder Sjaron me 88 dagen omsingeld had."

Dat hij zijn vrouw en dochtertje die in Parijs verblijven al maanden niet heeft gezien, wordt eveneens weggewuifd. "Iedere Palestijn heeft zo zijn offers moeten brengen." Om de opmerking dat hij het bijna leuk lijkt te vinden het Israëlische leger op zijn stoep te vinden, moet Arafat lachen. "Vergeet niet, ik ben net als de Israëlische premier Sjaron een oude generaal."

Sjaron heeft Arafat vergeleken met Bin Laden, en laat geen gelegenheid voorbijgaan om zijn oude vijand te beledigen. In zijn kantoor met weer een foto van Jeruzalem aan de muur haalt Arafat er zijn schouders over op. "Misschien kan Sjaron niet vergeten wat er in Beiroet is gebeurd. Ik ben echter nog steeds bereid met hem een akkoord te sluiten. Het pad van 'de vrede van de moedigen', dat ik samen met de later vermoorde premier Rabin ben opgestapt, is nog steeds mijn strategische weg."

De Palestijnse leider moet niets weten van de Israëlische beschuldigingen dat hij de kwade genius is achter de bloedige aanslagen in Israël. Zelfs niet na de recente aanslagen in het hart van Jeruzalem en Hadera, die zijn opgeëist door de aan zijn Fatah-beweging gelieerde Al-Aksa Brigade.

"Dat zijn fanatici die op eigen houtje hebben gehandeld. Ik heb geen enkele opdracht daartoe verstrekt. We onderzoeken iedereen die we van dergelijke plannen verdenken. Ik kan toch niet iedereen controleren? Dat kunnen jullie in Nederland toch ook niet?" zegt Arafat, en hij heft zijn handen ten hemel. Volgens Arafat gaat de wereld wel heel gemakkelijk voorbij aan wat hij als de oorzaak van het Palestijnse probleem ziet: de Israëlische bezetting.

Bezetting

"Wij zijn het enige volk ter wereld dat nog onder een bezetting leeft. Israël laat zijn politiek tegen ons steeds verder escaleren. Heb ik F16's of Apache-helikopters en tanks? Dat zijn allemaal wapens die Israël tegen mijn volk inzet. Ze vernietigen onze infrastructuur.

Kijk naar het vliegveld van Gaza en de met Frans en Nederlands geld ontwikkelde haven in Gaza. Kijk naar de door bulldozers vernielde huizen, kijk naar de vernietigde olijfboomgaarden, kijk naar de omcirkeling van de Palestijnse steden waardoor ondernemers brodeloos worden. En toch heb ik op 16 december een staakt-het-vuren afgekondigd.

Ik heb de politieke leider van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina gearresteerd, de Hamas-leider sjeik Jassin onder huisarrest gesteld, en de noodtoestand uitgeroepen. We veroordelen de zelfmoordaanslagen in Israël. We hadden 26 dagen rust. Sjaron had een week zonder incidenten geëist, maar voor hem is het nooit genoeg. Hij heeft zelfs de Oslo-akkoorden voor dood verklaard. Wie wil er dan geen vrede?"

Desondanks blijft de vraag bestaan waarom de internationale gemeenschap, met de Amerikaanse president George Bush voorop, genoeg lijkt te hebben van Arafat. Heeft het schip met de wapens uit Iran dat volgens Israël op weg was naar de Palestijnen daar misschien iets mee te maken? Naar verluidt waren de Amerikanen vol weerzin over die vangst die de vredesbedoelingen van Arafat in een kwaad daglicht stellen.

"Maar ik walg ook van die boot. En het klopt niet dat wij wapens van Iran zouden kopen. Toen ik de Oslo-akkoorden ondertekende, noemde Teheran mij een verrader. Dan ligt het toch niet voor de hand dat ze mij opeens wapens gaan leveren? En waarom heeft Israël die boot al in de Rode Zee aangehouden? Waarom niet voor de kust van Gaza, ze wisten toch al zolang van het schip.

Als ze die boot voor Gaza hadden onderschept, was hun zaak sterker geweest. Ik heb de Amerikanen en de Europeanen aangeboden samen met ons die zaak te onderzoeken, maar dat wilden ze niet. Israël werd geloofd."

Kaart

De president toont in zijn papieren een kaart van de Gazastrook, waaruit moet blijken dat het vanwege de vele Israëlische nederzettingen aan de kust en de patrouillerende Israëlische marine, de wapens niet eens aan land zouden kunnen worden gebracht. Het lijkt typerend voor de huidige positie van Arafat, gedoe om een lokaal kaartje, terwijl hij in het verleden de grootste plannen smeedde in internationale hoofdsteden.

Nu zit hij vast in Ramallah, een provinciestad. In de garage staan nog een paar presidentiële Mercedessen die hem nergens meer heen kunnen rijden. Ex-president Bill Clinton zocht hem, toen hij in Israël was, niet op, Amerikaanse senatoren laten hem links liggen en van de contacten met het Israëlische vredeskamp is ook niet veel meer over.

Van een isolement lijkt Arafat echter niets te willen weten. "Fischer (de minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland, FvV) komt binnenkort", vertelt hij trots. Diens Russische collega Ivanov wordt eveneens verwacht, en eerder op de dag werd Arafat nog gebeld door de Europese 'superminister' Solana, de Zuid-Afrikaanse president Mbeki, en de Amerikaanse minister Colin Powell. Het noemen van al die namen lijkt Arafat te sterken in zijn geloof dat hij er nog steeds toe doet, en verre van 'irrelevant' is.




 

zoek naar gerelateerde artikelen


za 26 januari 2002

[terug]
     
© 1996-2002 Dagblad De Telegraaf, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.