AMSTERDAM - Een voormalige Libanese christelijke krijgsheer, Elie Hobeika, die ervan beschuldigd werd verantwoordelijk te zijn voor massaslachtingen in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Chatila, kwam gisterochtend samen met zijn drie lijfwachten om bij een aanslag in Beiroet. Een zware autobom ontplofte op het moment dat de auto van Hobeika passeerde.
De explosie was zo krachtig dat het lichaam van de 46-jarige Libanees 50 meter verder werd aangetroffen. Het stoffelijk overschot van een lijfwacht werd zelfs op de tweede etage van een nabijgelegen gebouw gevonden.
Libanon en de Palestijnen hebben Israël ervan beschuldigd achter de aanslag in een buitenwijk van Beiroet te zitten. Jeruzalem zou er belang bij hebben Hobeika uit de weg te ruimen omdat hij belastend materiaal naar buiten zou brengen over de Israëlische premier Ariel Sjaron die mogelijk voor een Belgische rechtbank terecht zal staan voor zijn aandeel in het drama in Sabra en Chatila in 1982. Het Belgische recht staat het aanklagen van buitenlanders wegens oorlogsmisdaden toe.
Sjaron voerde destijds de Israëlische troepen aan bij het beleg van Beiroet en zou de christelijke milities van Hobeika de vrije hand hebben gegeven bij hun wandaden in de vluchtelingenkampen, waarbij tussen de 800 en 2000 Palestijnen omkwamen.
Jeruzalem heeft de beschuldigingen als "nonsens" afgedaan. Volgens Israël steekt Syrië mogelijk achter de aanslag. Na vijf jaar voor Israël te hebben gewerkt, liep Hobeika over naar de Syriërs.
Het persagentschap Reuters in Cyprus ontving een fax waarin een anti-Syrische Libanese groep de verantwoordelijkheid voor de dood van Hobeika opeist.