NEW DELHI - Met een reeks maatregelen tegen militante moslimorganisaties in zijn land heeft Pakistans president Pervez Musharraf het afgelopen weekeinde de handen van de westerse wereld op elkaar gekregen. Het bleef niet alleen bij woorden, hij verbood vijf moslimorganisaties en liet ruim 1000 extremisten oppakken.

|
Minister Jaswant Singh (Foto: EPA)
|
Buurman en aartsrivaal India echter bleef gereserveerd en liet weten te zullen afwachten of en in hoeverre Pakistan de aangekondigde 'campagne tegen het grensoverschrijdende terrorisme' doorzet.
India verlangde krachtige actie tegen Pakistaanse terroristen die verantwoordelijk zouden zijn voor de aanslag van 13 december van het vorige jaar op het parlement in New Delhi, en dreigde het buurland met de vierde oorlog sinds beide landen in 1947 onafhankelijk werden.
President Musharraf toonde zich tegelijkertijd onverzettelijk inzake het omstreden Kashmir. Hij zei dat zijn land bereid is voor dit door India en Pakistan gecontroleerde gebied in de Himalaya "de laatste druppel bloed" te vergieten, maar hield India tevens voor: "Als we onze betrekkingen willen normaliseren en vrede in het gebied willen, zal het Kashmir-geschil vreedzaam moeten worden opgelost door middel van een dialoog op basis van de aspiraties van het volk van Kashmir." Het overwegend door moslims bewoonde Kashmir werd in 1947 toegewezen aan het hindoeïstische India en sindsdien betwist door het islamitische Pakistan.
Musharraf hield zijn met spanning tegemoet geziene rede zaterdag, aan het eind van de dag waarop de Pakistaanse politie invallen deed in 'madrassa's' (de religieuze scholen die als broeinesten van moslimfundamentalisme fungeren), moskeeën en huizen van moslimactivisten. Minstens 1020 militanten werden gearresteerd.
De kantoren van vijf militante moslimorganisaties die strijden voor de onafhankelijkheid van het omstreden Kashmir, werden gesloten. Tot de vijf radicale groeperingen die werden verboden, behoren ook de 'Jaish-e-Mohamed' en de 'Lashkar-e-Taiba', die door India als schuldigen aan de aanslag werden bestempeld. In zijn rede beschuldigde Musharraf de islamitische clerus ervan haat te verbreiden en viel hij hun 'kalasjnikov-cultuur' aan. Hij kondigde beperkingen aan voor de bouw van nieuwe moskeeën en de luidsprekers waarmee vijfmaal daags het gebed wordt verbreid. En hij zei dat nieuwe, strikte maatregelen de invloed zullen beteugelen van de religieuze scholen die onder meer de Taliban hebben voortgebracht.
Sinds Musharraf zich aansloot bij de door Washington geleide wereldwijde coalitie tegen het terrorisme en hij zich in eigen land als een politieke koorddanser moet bewegen, was zijn jongste rede de meest duidelijke poging om Pakistan op weg te brengen naar een moderne islamitische staat. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa en China vonden Musharrafs woorden dan ook een welkom onthaal.
President Bush van de VS sprak gisteren telefonisch met Musharraf en premier Vajpayee van India. "Beide landen gaan werken aan het verminderen van de wederzijdse spanningen", aldus een woordvoerder van Bush na de telefoongesprekken van ongeveer vijf minuten met beide leiders.
In een eerste reactie van de Indiase regering zei minister Jaswant Singh van Buitenlandse Zaken gisteren de maatregelen tegen terrorisme in de wereld, "inclusief Jammu en Kashmir", te verwelkomen. Maar hij zei ook "een doeltreffende en volledige realisering" af te wachten "zodat de leden (van de nu verboden organisaties) hun activiteiten niet onder een andere naam voortzetten".