NEW YORK - Amerikaanse gevechtstoestellen hebben afgelopen weekeinde opnieuw hevige bombardementen uitgevoerd in het oosten van Afghanistan. Bij deze intensiefste aanvallen sinds weken werd een uitvalsbasis van Osama bin Ladens terroristenleger Al-Qaeda zwaar bestookt. Het kamp maakt deel uit van een enorm grottenstelsel en bevindt zich in de bergen bij Zhawar Kili, ten zuidoosten van Khost.
Volgens het Pentagon wordt de basis door de terreurorganisatie gebruikt om te hergroeperen.

|
Rumsfeld (Foto: REUTERS)
|
Grondtroepen van de Amerikaanse Special Forces kammen na ieder bombardement het onherbergzame gebied uit om resterende verzetshaarden op te ruimen. Ook wordt jacht gemaakt op de moordenaar van de VS-militair Nathan Chapman, die begin deze maand in een hinderlaag werd doodgeschoten.
Vanuit Kandahar is een tweede groep gevangenen overgevlogen naar de Amerikaanse basis Guantànamo Bay op Cuba. De dertig terreurverdachten en Talibanstrijders werden geketend en met kappen over het hoofd aan boord gebracht van een C-17 transportvliegtuig voor vervoer naar detentiekamp 'X-ray' in Guantànamo Bay, waar sinds eind vorige week al twintig gevangenen uit Afghanistan onder zware bewaking vastzitten.
Tot de gedetineerden behoort Abdoel Aziz, een hooggeplaatste functionaris van de islamitische liefdadigheidsorganisatie Wafa, die als dekmantel zou hebben gediend voor de financiering van Al-Qaeda. Eén van de gevangenen blijkt de Britse nationaliteit te hebben. Volgens bronnen bij het Pentagon was een deel van de naar Cuba overgeplaatste gevangenen vorig jaar van plan aanslagen te plegen in de VS.
Genève
Mensenrechtenorganisaties hebben hun zorg uitgesproken over de behandeling van de 'krijgsgevangenen'. De Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld noemde de gevangenen "illegale strijders", die "technisch gesproken niet onder de Conventie van Genève vallen". Hij liet weten dat de VS wel van plan zijn om de mensen te behandelen volgens de Geneefse regels.
Afghanistan heeft de komende tien jaar voor de wederopbouw van het land 50 miljard euro aan internationale hulp nodig, aldus interim-minister van Planning Mohammed Mohaqiq. Van dat geld is eenderde de komende twee jaar nodig om de ergste schade te herstellen.
Het genoemde bedrag ligt een stuk hoger dan wat eind december werd genoemd na de conferentie van donorlanden in Brussel. Toen werd een zeer voorlopige schatting gehanteerd die uitging van circa 10 miljard euro. In de Japanse hoofdstad Tokio wordt 21 en 22 januari een donorconferentie voor Afghanistan gehouden. Mogelijke donorlanden hebben zich echter terughoudend opgesteld. |