door Hans Kuitert KABOEL - Twee oude gezegden zullen in de komende maanden met elkaar wedijveren, nu Hamid Karzai (43) is begonnen leiding te geven aan de in Bonn in elkaar getimmerde Afghaanse overgangsregering.
Het ene spreekwoord luidt: "Je kunt een Afghaan niet kopen. Je kunt hem alleen huren voor een heel hoge prijs, maar dan nog ben je niet zeker van zijn loyaliteit."

|
Premier Karzai (Foto: AP)
|
Aan westerse, vooral Amerikaanse zijde, wordt er rekening mee gehouden dat Karzai zich kan ontpoppen als een minder betrouwbare bondgenoot dan wordt gehoopt. Het andere gezegde is al even veelbetekenend: "Afghanen hebben allemaal een geweer. Ze accepteren alleen degene die een groter geweer heeft en sneller schiet".
Karzai's overgangsregering wordt geacht een brede basis te hebben, maar velen denken daar anders over. Veel stammenleiders zouden wel eens tot de conclusie kunnen komen dat Karzai slechts speelgoedgeweertjes heeft en het vooral moet hebben van de stootkracht van de Amerikanen.
Hem wordt in ieder geval door velen van zijn eigen etnische groep de Pasjtoen - de belangrijkste in Afghanistan - aangewreven dat hij een vazal is van Washington. Karzai heeft jarenlang in de VS gewoond, spreekt vloeiend Engels, maar heeft niettemin pogingen ondernomen het pro-Amerikaanse imago van zich af te werpen. Hij zou onder druk kunnen worden gezet om te bewijzen dat het eerste spreekwoord een kern van waarheid bevat.
De betere wapens zijn in handen van vooral de Tadzjiekse en Oezbeekse minderheid, verenigd in de Noordelijke Alliantie, en degenen die de sleutelministeries Defensie, Binnenlandse en Buitenlandse Zaken bezetten. Karzai kan door hen zonder veel problemen met de rug tegen de muur worden gezet.
Daarnaast wordt een deel van zijn regeerploeg gevormd door aanhangers van ex-koning Zahir Sjah, mensen die al lang geleden of helemaal nooit in Afghanistan hebben gewoond. Hun pro-westerse houding zal ongetwijfeld botsen met de standpunten van de Noordelijke Alliantie, die wel dankbaar is voor de Amerikaanse luchtsteun, maar verder niets moet hebben van westerse inmenging.
De enige hoop die Karzai koestert voor het slagen van regeerperiode, ligt in het feit dat de westerse wereld niet zal toestaan dat het land opnieuw afglijdt naar anarchie. Dat is ook tegelijkertijd Karzai's grootste dilemma. Hoe dieper het Westen in Afghanistan betrokken raakt, zoveel te meer zal zijn positie onder vuur komen te liggen.