Otto Schily, de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, zei naar aanleiding van het verbieden van de Kalifaatstaat en de hiermee verbonden stichting 'Dienaren van de Islam' en negentien deelorganisaties niet te zullen aarzelen Kaplan aan Turkije uit te leveren als dit land belooft hem niet de doodstraf op te leggen.
Kaplan, die zich de Kalief van Keulen noemt, kreeg gisteren in zijn cel in Düsseldorf te horen dat de autoriteiten een eind hebben gemaakt aan zijn zelf uitgeroepen staat.
Een van de belangrijkste doelen van de Duitse actie was Keulen. Hier bezit de moslimorganisatie een complex met kantoren en een moskee die niet voor buitenlanders toegankelijk is. Hier werd openlijk het belangrijkste thema van de Kalifaatstaat verkondigd: het desnoods met geweld omverwerpen van de Turkse regering in Ankara.
De leden van de Kalifaatstaat ontkenden niet dat zij contacten hadden met Osama bin Laden, maar deze zouden slechts toevallig tot stand zijn gekomen. Ook in andere delen van Duitsland, zoals in Beieren, vonden huiszoekingen plaats. Er werden administraties in beslag genomen en er werd ook, zoals in Ingolstadt, bewijsmateriaal veiliggesteld, waaronder wapens.
De Turkse gemeenschap in Duitsland is vooralsnog blij met het optreden van de autoriteiten.
Maar de Centrale Raad van Moslims in de bondsrepubliek toont zich beledigd doordat de actie van justitie is uitgevoerd in de ramadan, de vastenmaand. "Er zijn moskeeën doorzocht die niets met de Kalief van Keulen te maken hebben", aldus voorzitter Nadeem Elyas. Hij is niet verbaasd over het verbieden van de organisatie, omdat deze al langer in het vizier lag van de opsporingsautoriteiten.
Volgens een publicatie van de Binnenlandse Veiligheidsdienst uit 1998 heeft de Kalief van Kaplan ook in Nederland aanhangers. Het zou gaan om ongeveer tweehonderd geestverwanten.