DEN HAAG - Alle werknemers van bedrijven kunnen vanaf 1 januari 2002 in aanmerking komen voor een flexibele bonus gebaseerd op winstdeling. Het gaat om een belastingvrije bonus van minimaal 2000 gulden oplopend tot maximaal 3500 gulden per jaar.
Het kabinet trekt hiervoor volgend jaar 100 miljoen gulden uit; in 2003 wordt 150 miljoen gulden vrijgemaakt in de begroting. Het wetsvoorstel wordt waarschijnlijk op Prinsjesdag bekendgemaakt. Daarna buigt de Tweede Kamer zich erover.
Met de nieuwe regeling wil het kabinet de collectieve loonstijging matigen en zo de concurrentiepositie van het bedrijfsleven versterken. Sociale partners en het kabinet maakten hierover eind vorig al tijdens het Najaarsoverleg afspraken.
De ministers Zalm (Financiën) en Vermeend (Sociale Zaken) gaven toen aan bereid te zijn de portemonnee te trekken, mits de sociale partners vaker zouden aansturen op flexibele beloningsvormen. Ook zouden zij in cao's meer nadruk moeten leggen op scholing en een betere verdeling tussen werk en privé.
Werkgevers mogen de nieuwe winstdelingsregeling op eigen initiatief aan hun personeel aanbieden. Voorwaarde is wel dat de regeling open moet staan voor minimaal driekwart van de werknemers van een bedrijf. Tevens kunnen sociale partners in cao's afspreken dat het personeel aanspraak op de regeling kan maken.
De regeling wordt gekoppeld aan de populaire spaarloonregeling. Een werknemer die geen spaarloon geniet, kan rekenen op de maximale bonus van 3500 gulden. Als een werknemer jaarlijks 1100 gulden spaarloon geniet, wordt de bonus verlaagd naar 2556 gulden. Het maximale spaarloonbedrag van 1736 gulden levert een werknemer een flexibele bonus van 2000 gulden op.
De bonus is zoals gezegd afhankelijk van de winst, het bedrag waarmee de winst is toegenomen of waarmee het verlies is afgenomen. Een bonus kan dus ook in verliessituaties worden gegeven, mits het verlies over het boekjaar van een onderneming is gedaald ten opzichte van het verlies over het voorafgaande boekjaar. De bonusafspraak tussen werkgever en zijn werknemers geldt voor tenminste vijf jaar, om zo optimaal 'meeademen met de economie' te waarborgen.
In werkgeverskringen had men graag een hogere bonus gezien en geen koppeling met de spaarloonregeling. De vakbeweging hield hier echter aan vast. Vooral de FNV vreest dat de spaarloonregeling gevaar loopt. Het kabinet kondigde deze week aan op lange termijn van deze hoge kostenpost af te willen (ruim 70% van alle werknemers in ons land heeft een spaarloonregeling). Door de flexibele bonus aan het spaarloon te koppelen, verwacht de vakbeweging afschaffing buiten de deur te houden.
Daarnaast houdt de FNV vast aan de eis dat de regeling vanaf het begin ook voor overheidspersoneel moet gelden. Het kabinet denkt echter zeker nog twee jaar nodig te hebben om voor de collectieve sector aangepaste criteria voor winstontwikkeling uit te werken.