DEN HAAG - Steeds meer tieners gaan eerder aan de pil. Ongeveer vier op de tien meisjes tussen 15 en 20 jaar ongeveer 200.000 slikt nu dit voorbehoedmiddel. De stijging in het pilgebruik van ongeveer vijf procent in deze leeftijdscategorie blijkt uit een peiling onder alle Nederlandse apotheken door de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK).
Bij de apotheken gaan dit jaar naar verwachting 3,9 miljoen 'dagdoseringen' over de toonbank. Vergeleken met een jaar geleden is dat 1,3 procent meer.
Volgens gynaecoloog dr. M. van Hooff, werkzaam in het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam, heeft het eerdere gebruik van de anticonceptiepil vrij zeker alles te maken met de snel veranderende leefstijl van jongeren en de daarmee verband houdende vrijere seksuele moraal.
"De zogenoemde 'menarche leeftijd', het moment waarop de lichamelijke rijping plaatsvindt, is de afgelopen 25 jaar hoegenaamd niet veranderd: gemiddeld begint een meisje bij 13 jaar en twee maanden te menstrueren", aldus dr. Van Hooff.
De gynaecoloog deed in 1994 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam onderzoek naar het pilgebruik bij jongeren in de regio Amstelveen, Nieuw Vennep, Hoofddorp, Aalsmeer, Badhoevedorp en Zwanenburg: "Drie procent van de 14-jarigen gebruikte toen al de pil. Van alle 15-jarigen tien procent, de 16-jarigen 26 procent en de 17-jarigen 42 procent."
Ongeveer de helft van de 15- en 16-jarigen slikte de pil vanwege pijn bij de ongesteldheid of om langdurig bloedverlies onder controle te krijgen. Maar ook tegen de huidaandoening acné en als anticonceptiemiddel.
Dr. Van Hooff: "De cijfers van toen zijn nu nog steeds actueel en zijn hoogstens nog iets aangescherpt. Hoe het 'vroege' menstrueren van nu ten opzichte van dat van ongeveer een eeuw geleden, op circa 16-jarige leeftijd is te verklaren? Het zijn onbewezen stellingen, dat wel, maar het zou wellicht te maken kunnen hebben met ons hedendaagse voedselpatroon. Ons voedsel is namelijk veel vetter geworden, wat van invloed is op de hormonale huishouding van zowel meisjes als jongens."
Volgens de SFK loopt het gebruik van de zogeheten 'derdegeneratiepil' onder tienermeisjes sterk terug: "Ten opzichte van het jaar 2000 is sprake van een daling van het gebruik van 15 procent." Dat komt doordat de kans op trombose, als soms fatale bijwerking, groter is dan bij gebruik van de tweedegeneratiepil, zo blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek door het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Jarenlang heerste daarover verwarring door tegenstrijdige studies.
Toch gebruikt nog steeds een kwart van de tieners de modernste pil. Van alle pilgebruiksters is dat ongeveer één op de drie.