DEN HAAG - Minister Korthals (Justitie) verbiedt rechters, officieren van Justitie en griffiers te verschijnen met een hoofddoekje in de rechtbank. De leden van de rechterlijke macht, officieren van Justitie en griffiers mogen in functie geen uiting geven aan hun persoonlijke opvattingen en overtuigingen. Van hen wordt geëist dat ze zich ter zitting onthouden van het 'actief uitdragen' van maatschappelijke ideeën op politiek en religieus gebied.
De VVD-bewindsman baseert zijn principe-uitspraak op bestaande regelgeving, internationale verdragen en eerdere uitspraken van het Europese Hof voor de rechten van de Mens. Als het nodig is, is Korthals bereid om de wet aan te passen opdat de hoofddoekjes uit de rechtszaal kunnen worden geweerd.
Dat heeft Korthals gisteren meegedeeld in antwoord op vragen van GroenLinks-Kamerleden.
Afwijzing
De bewindsman komt met zijn besluit na de afwijzing van een Islamitische vrouw voor de functie van waarnemend griffier bij de rechtbank Zwolle. De vrouw weigerde bij openbare zittingen haar hoofddoek af te leggen. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde echter dat er een door de wet verboden onderscheid op grond van godsdienst werd gemaakt.
Korthals, die niet wil ingaan op deze uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling, verwijst naar het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, waarin is vastgelegd dat een ieder recht heeft op behandeling van zijn zaak voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht.
Gezag
"De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van onze rechterlijke macht vormt een essentiële verworvenheid van onze rechtsstaat. Onze rechters zijn onafhankelijk en onpartijdig. Mede daaraan ontlenen zij hun gezag", aldus Korthals. "Als een rechterlijk ambtenaar zijn persoon of zijn persoonlijke overtuiging wel op de voorgrond wil stellen, zal dit ten koste gaan van zijn gezag als rechter, en daarmee ten koste gaan van het gezag van de rechterlijke macht als geheel."
Korthals wil geen onderscheid maken tussen rechters en griffiers. Volgens de bewindsman draagt een griffier net als de rechter een toga en zit hij of zij aan dezelfde tafel en verlaat de persoon in kwestie tegelijk met de rechter(s) aan het einde van de zitting de rechtszaal. Om elke schijn van partijdigheid te voorkomen vallen ook de leden van het openbaar ministerie onder het hoofddoekjesverbod.
Justitie vreest ook een discussie over de persoon van de rechter als hij of zij een hoofddoek of een ander uiterlijk kenteken draagt. "Naarmate er meer discussie over de persoon ontstaat zal het vaker kunnen voorkomen dat een justitiabele daarin een aanknopingspunt vindt voor wraking van de betrokken rechterlijk ambtenaar," waarschuwt Korthals.
De kledingvoorschiften voor rechterlijke ambtenaren worden niet gewijzigd. Wel wil Korthals de huidige kledingvoorschriften wettelijk vastleggen. |