|
Fenomeen Howard Stern knipoogt naar zijn succes
Mediakoning maakt hilarisch filmdebuut
met 'Private Parts'
door Eric Koch
Te midden van het geweld van zomerspektakelstukken als 'Con Air' en 'Speed II' kan nu ook gelachen worden. Voor een aangename verrassing zorgt Howard
Stern, de zelfbenoemde koning van de Amerikaanse media, met 'Private Parts'.
Zijn eerste film vertelt hilarisch, romantisch en vertederend het kleurrijke
verhaal van zijn succes. Met een inspirerende boodschap als bonus. "Als
een idioot als ik 't kan maken, kan iedereen dat", zegt Howard Stern met
kenmerkende zelfspot.
Die toon slaat de Tijl Uilenspiegel van de Amerikaanse radio, in Amerika
geadoreerd en gehaat, ook in zijn aanstekelijke kwajongensachtige komedie
aan. Oprecht, bijna verbaasd over wat hem is overkomen, doet hij zijn relaas.
Zoals zijn New Yorkse geestverwant kijkt de Woody Allen van de rauwe humor naar zichzelf terug als een eigenaardig jongetje in
een eigenaardige omgeving. Hij droomt van een carrière op de radio, maar
zijn eerste werkgever maakt 'm duidelijk dat hij geen stem en geen persoonlijkheid
heeft en benoemt de enthousiaste sollicitant ter plekke tot manager.
Howard is betrekkelijk succesvol in die functie, maar blijft toch naar de
microfoon verlangen. Met zijn trouwe echtgenote (hartverwarmend gespeeld
door Mary McCormack) als steun en toeverlaat trekt hij door het land, van
station naar station. Na een nieuw dieptepunt als presentator van een wezenloos
Countryprogramma gooit hij het roer radicaal om. Wat hij voortaan te bieden
heeft is zichzelf.
Met zijn uiterst persoonlijke en niets en niemand ontziende humor zou het
langharige fenomeen daarna een nieuw hoofdstuk in de Amerikaanse radiogeschiedenis
opslaan. Stern koos een sensationele koers van persoonlijke ontboezemingen,
absurdistische monologen en confronterende vraaggesprekken. Hij stelde de
seksuele voorkeur van de president aan de orde, becommentarieerde de eerste
striptease voor de radio, bracht een vrouwelijke luisteraar tot een orgasme
en vocht voor de meeluisterende microfoon met een misprijzende chef.
Terwijl hij steeds weer nieuwe grenzen zocht, haakten aanvankelijk steeds
meer keurige adverteerders af. Maar zijn publiek bleef omgekeerd evenredig
groeien. Fans en criticasters zij aan zij, in gespannen afwachting wat die
gek nu weer zou brengen. "Ik breng de mensen in de file aan het lachen",
zegt Stern, voor wie zelfs de miskraam van zijn geliefde echtgenote als
onderwerp niet taboe was. "Als ik voor de microfoon zit, laat ik me gewoon
gaan. In de hoop dat er wat geestigs uitkomt. Amusement staat voorop. Dat
wilde ik ook met deze film bereiken."
Zijn succesvolle boek vormde de basis voor zijn filmdebuut. Ook daarin wilde
hij vooral zichzelf zijn. "Opmerkelijk genoeg kwamen de verschillende scenarioschrijvers
steeds met zelfbedachte kleurrijke scènes aanzetten", kijkt Stern terug.
"Onnodig, de echte gebeurtenissen waren gek genoeg. Tweeëntwintig versies
heb ik afgekeurd, voordat ze eindelijk besloten om gewoon de werkelijkheid
te laten zien. Dáár reageren mensen op. Niet op flauwekul."
"Een echte Hollywoodfilm zou bijvoorbeeld de botsingen tussen mij en mijn
vrouw uiteindelijk in een sfeer van kaarslicht, liefde en begrip hebben
laten uitmonden. Maar zij heeft nog steeds problemen met wat ik doe. Mijn
grappen over haar miskraam op de radio heeft ze me bijvoorbeeld niet in
dank afgenomen. Net zo min als programma's waarin ik met naakte vrouwen
over de vloer rol. Daar houdt ze niet van. Maar ik wil mezelf nu eenmaal
in geen enkel opzicht censureren. Dat respecteert ze. Een fantastische vrouw",
zegt hij bewonderend. "Ik beschouw 't nog steeds als een wonder dat ze me
indertijd door Amerika heeft gevolgd. Ik ben toch bepaald geen adonis."
Op respect hoefde Stern aanvankelijk bij zijn bazen niet te rekenen. "Nu
lijkt het allemaal vanzelfsprekend, die populariteit, maar ik heb heel lang
op een heel dun draadje gebalanceerd. Toen ik begon op de radio was saaiheid
troef. Om de vijf minuten werd keurig de tijd en het weerbericht gemeld.
Zo'n lesbisch afspraakuurtje in een radioshow joeg in eerste instantie alle
keurige adverteerders weg. Dan is het eigenlijk einde verhaal. De luistercijfers
hebben me steeds weer gered."
Stern is zijn fans dankbaar, maar prijst zich ook gelukkig met zijn vele
criticasters. "Als je nooit controversieel bent, luistert er niemand. Ik
heb altijd van mensen gehouden die voor hun mening uitkomen. Zij zorgen
dat er reuring is. Toen ik begon, hielden presentatoren zich buiten discussies.
Wat saai! Je bent op de radio! Vermaak me! 't Kan me niet schelen of je
voor of tegen bent. Zeg wat je denkt.
Die onbekommerde eerlijkheid had ik ook niet meteen. Het valt niet mee om
voor miljoenen luisteraars te bekennen dat je klein bent geschapen. Maar
zo'n ontboezeming wordt gewaardeerd. Zeker als je dat met humor brengt.
Dat is het verschil met die zogenaamde bekentenisshows op de tv. Pathetisch,
al die zwaarwichtige onthullingen. Iedereen verlangt naar vijftien minuten
faam, zei Any Warhol ooit. Die shows bewijzen dat. Sommige gasten zijn bereid
om te 'bekennen' dat ze hun zuster en hun moeder hebben verkracht als dat
een optreden op tv garandeert.
Net zo fascinerend als een autowrak, dergelijke programma's. Wij zouden
de draak steken met dergelijke onderwerpen. Humor redt ook de situatie als
je er eens naast zit. Je weet vooruit nooit wat er zal gebeuren als je in
dat glazen plaatsneemt. Dat maakt 't spannend. Voor de luisteraar, die tijdens
mijn uitzending in de file zit en smacht naar entertainment, maar ook voor
mij.
Achter de microfoon denk ik niet aan mijn ego, of een imago. Ik zeg wat
in me opkomt, wat de consequenties ook mogen zijn." Hij lacht. "Zo zou ik
altijd willen zijn. Maar dat kan in het dagelijks leven nu eenmaal niet.
Zonder koptelefoon voel ik me ongemakkelijk. Dan speel ik een rol. In mijn
glazen hok kom ik pas tot leven. Op de radio hoor je de échte Howard Stern."
Première 17 juli 1997
|