Manneken Pis

Antje de Boeck vertedert in
beeldschoon filmgedicht

De auto stond op een spoorwegovergang en kleine Harry moest heel nodig plassen. Gauw dan even, had zijn moeder gezegd en de jongen was naar een boom gerend. Bij het uitstappen had hij nog wel Ik hou van jou gepreveld tegen zijn moeder. Toen kwam er die trein en was iedereen weg. Harry was wees, nog met de gulp open. Het leven heeft soms een uiterst cynisch gevoel voor humor.

In de Vlaamse speelfilm Manneken Pis volgen we Harry als hij al wat ouder is. Een eenzame jongen die de woorden van genegenheid niet meer over zijn lippen kan krijgen, omdat ze verbonden zijn aan die verschrikkelijke herinnering. Hij is daarom tot nu toe altijd alleen gebleven. Opgevoed in weeshuizen waar geen enkele vorm van liefde bestond.

Nu neemt hij de tram en kijkt in de mooie ogen van Jeanne, die het wagenstel bestuurt. En zij kijkt terug en glimlacht. Hij, de afwasser in een vies restaurant. Zij, de chauffeuse van lijn Manneken Pis. Geeneens een Romeo en Julia, geen Pyramus en Thysbe, geen Tony en Maria. Maar een simpel stel dat slechts een hindernis te nemen hebben om de eeuwige liefde te kennen: dat trauma uit het verleden.

Een meer dan briljant scenario waarin elke scene afgepast is en precies dat van de mensen laat zien wat nodig is voor het drama. Niet meer, niet minder. Een regisseur die de intimiteit van dat script begrepen heeft en zich niet uitwazemt in schreeuwerig camerawerk, kunstzinnige vertelvormen en een eigendunk. Acteurs (Frank Vercrussen en Antje de Boeck) die zich ten dienste stellen aan het verhaal. De bescheidenheid van de medewerkers dringt door in elk beeld.

Zo worden meesterwerken gemaakt. In Vlaanderen was de film al een groot succes. Nederland moet maar even over die titel heenstappen en genieten van een beeldschoon stukje filmpoëzie.