|
Bruce Willis brengt ode aan mooi geweld
'Last man standing'
western in maffia-stijl
Bruce Willis is langzamerhand een waardige en ijzersterke opvolger van klassieke loners
en desperado's als John Wayne, Clint Eastwood en Charles Bronson. Met 'Last
man standing' voegt hij weer een parel toe aan de kroon. Het is zeer gewelddadig,
beweegt zich bijna als een ode op moord over het doek, maar boeit door de
karakters, de types en de zeer gestileerde verteltrant.
Die doet eigenlijk nog het meest denken aan de vermaarde spaghetti-westerns
van Sergio Leone, als dat nog iets zegt. 'Een vuist dollars' en 'Once upon
a time in the west' en die zwijgzame, ondoorgrondelijke mannen. Geen woord
te veel schuilt er in de tekst. De dialogen zijn bijna literair, lijken
soms flarden van gedichten. In de Japanse samoerai-legendes, waarvan er
via de bios ook vele tot ons zijn gekomen, ontmoet je ze ook.
Min of meer staan die figuren uit dat verre oosten model voor 'Last man
standing'. Niemand minder dan grootmeester Akiro Kurosawa heeft het thema
geleverd met zijn klassieke verhaal 'Yojimbo', de samoerai als lijfwacht
in de vorige eeuw. Het is gemakkelijk te vertalen naar een andere tijd en
cultuur. Schrijver/regisseur Walter Hill heeft gekozen voor de woestijn
in het Amerikaans-Mexicaanse grensgebied tijdens de Drooglegging, de dranksmokkel
en de opkomst van de maffia eerder in deze eeuw.
Het ziet eruit als een western maar de paarden en koetsen zijn vervangen
door schitterende T-Fordjes en de mannen gaan gekleed in quasi-chique kostuums
met grote gleufhoeden. Het stoffige stadje Jericho staat model. Twee bendes
heersen en bestrijden elkaar. De eenling komt binnenrijden en wordt de derde
partij. Bruce Willis is zijn naam. Meedogenloze en genadeloze duels ontstaan
en het zijn niet de eerste de besten die aantreden: Christopher Walken,
de kille killer die met zijn fletsblauwe ogen al jaren het prototype is
van de gevoelloze machtswellusteling. Bruce Dern is de veile sheriff.
Om hen heen beweegt zich een schitterende collectie boeven en gangsters.
Er wordt met een onverstoorbaar ritme geacteerd, bedrogen, geschoten en
gemoord. Er wordt stijlvol als in een ballet neer gezegen. Het decorum is
schilderachtig met al die Fordjes in het bruin van oude prentbriefkaarten.
En Bruce Willis schept een van zijn sterkste rollen als een ode aan de tough
guy.
'Last man standing' doet door de hardnekkige, onderkoelde vormgeving van
Walter Hill iets vreemds met de kijker die eigenlijk verschrikkelijk de
pest heeft aan redeloze moordpartijen en geweld: hij boeit met zijn beelden
en zijn anti-helden. En hij roept herinneringen op aan de tijd en de films
van Lee van Cleef en Henry Fonda met hun zelfverzekerde tred en het haast
onverstaanbaar gemonkel, bikkelharde kerels die je hoort te haten maar van
wie je ook houdt. Zolang ze maar op dat doek blijven. Een een schrale troost
voor de pacifist is dat het altijd 'maar' film is en dat Bruce c.s. na de
opnamen hun handen wasten en lachend met elkaar een pilsje pakten.
Henk ten Berge
Première 17 oktober 1996
|