|
Aki Kaurismäki maakte "Drifting Clouds"
"D'r valt niet veel te lachen in mijn land!"
door Dick van den Heuvel
"U moet een treurig mens zijn", zeggen we tegen Aki Kaurismäki als hij even
op bezoek is in Amsterdam. De Finse filmregisseur heeft er een handje van
uitermate depressieve films te maken over zeer treurige mensen in uitzichtloze
situaties. Zo triest zijn z'n producties dat ze uiteindelijk weer op de
lachspieren gaan werken. 'The Match Factory Girl' en 'Take Care Of Your
Scarf, Tatjana' werden in de rest van Europa dan ook met gejuich ontvangen.
En met de nodige hilariteit. Dat is me toch lachen met die treurige Finnen.
Maar ondertussen.

"Ik heb er toch een gelukkig einde aan geschreven", verweert Kaurismäki zich in eerste instantie nog, maar hij heeft al snel door dat we ons niet
met dat vrolijke masker laten wegsturen. "D'r valt niet veel te lachen in
Finland, dat klopt. Maar het land wordt dan ook bestuurd door idioten. Banken
gaan bij bosjes failliet. Niemand voelt zich verantwoordelijk voor de slechte
toestand op dit moment. Vakbonden lijken te slapen."
Kaurismäki legt uit dat de Fin niet zo goed voor zichzelf op kan komen.
"Wij likken nog steeds onze wonden van de 'burgeroorlog' (tussen de Roden
en de Witten) die in 1918-1919 in ons land woedde. Die heeft destijds zoveel
slachtoffers gekost dat we nu nog steeds niet de straat op durven te gaan
om te vechten voor onze rechten. Een Fin neemt het leven zoals het hem overvalt.
Hij zet het op een drinken en verliest zich in treurigheid."
Met het succes dat hem met zijn films is deelgevallen, zou je verwachten
dat Kaurismäki dan toch al lang de vlucht had genomen naar landen met een
betere economie en een vruchtbaarder filmklimaat. "Ik heb overal films gemaakt,
tot in Amerika toe. Maar ik neem altijd mijn vaste crew en cast mee. Dat
is mijn familie. Die mensen zijn van mij afhankelijk. In de Verenigde Staten
word je dan niet populair, kan ik je melden. Die willen jou wel in het regisseursstoeltje,
maar zelfs het script moet van iemand anders zijn. Dat breng ik niet op."
Door de trouw aan zijn 'personeel', beperken zijn filmactiviteiten zich
tot één productie per jaar. Anderhalve maand op de set, de rest van het
jaar gaat op aan voorbereidingen. "Ik heb dan ook een serieus drankprobleem.
Al die energie. Ik kan het gewoon niet kwijt. Maar meer films zijn er domweg
niet te maken in ons land. Waar zou je het geld vandaan moeten halen? Voordat
je een Fin die bioscoop hebt gekregen. Dan moet je hem min of meer bedreigen
op straat."
Doet het hem zeer dat zijn films in de rest van Europa als komedies te boek
staan? "Nee! Natuurlijk niet! Wij kunnen soms op de set ons lachen ook niet
inhouden. Natuurlijk speel je met die tragiek, zo dat er ruimte ontstaat
voor de lach. Dat je alleen nog maar aan die tristesse kan ontsnappen door
daar eens lekker om te schateren. Maar wat wel zeer doet, is dat men blijkbaar
niet weet dat mijn films uitermate realistisch en herkenbaar zijn. Finnen
reageren er dan ook anders op. Die zien hun eigen werkelijkheid terug in 'Drifting Clouds'. Ja, dat verschil in reactie, dat is wel een heel bizarre ervaring."
"Het is de depressie die mijn grootste inspiratiebron is geworden", zegt
hij uitermate openlijk. "Ik ga altijd uit van uitzichtloosheid. En meestal
begint voor mij een project als ik zelf emotioneel in het diepste putje
van het dal zit. Daarna schrijf ik mijzelf daar weer uit. Ik heb de treurigheid
nodig om te kunnen creëren." We vertellen hem het verhaal van Gerard Reve
die ooit dronken en vrolijk in de binnenstad van Amsterdam werd gesignaleerd
door Simon Carmiggelt, die daarop verzuchtte: "Wat een gelukkige dag voor
die jongen, maar wat een ramp voor de literatuur." Hij wil meteen dat we
de namen van die Hollandse schrijvers noteren. Daar gaat hij wat van lezen,
want die hebben het begrepen. "En die zin kom je in een van mijn volgende
films tegen, reken maar!"
Publicatie 22 mei 1997
|