vr 9 november 2001









|
![[terug]](/krant/logos/terug.omlaag.gif)
|
D E T E L E G R A A F T E L E S P O R T
|
|
|
|
Wotte: In de Nederlandse cultuur is resultaatvoetbal een vies woord
|
|
|
|
DOORWERTH - In het land dat klein is geworden door groot te doen, wordt hij soms gek van de stigmatisering. Het heilige debat, de hokjesgeest. Wie voetbaltrainer is, krijgt er onherroepelijk mee te maken. Wie bondscoach is, nog een beetje meer. Ertegen vechten lijkt zinloos. De arrogantie van de massa is altijd sterker. Toch spreekt Mark Wotte zich op de dag van het eerste beslissingsduel tussen Jong Oranje en Jong Engeland expliciet uit. Omdat het zijn wapen is tegen de oprukkende opportunisten.
Stempeltjes
"Er is in Nederland een spel van gemaakt om elkaar te vangen in woorden en stempeltjes. Iedereen doet vreselijk z'n best om alles maar te benoemen. Systeem X of Y, schoolmeester of praktijkman. Waanzinnige discussies. Interessantdoenerij van een aantal mensen waar wij part noch deel aan hebben. Mijn collega's beluisterend, proef ik bij niemand het gevoel dat de trainers tegenover elkaar staan. Je denkt toch niet dat ik tegen Ronald Koeman zeg: 'Hoe is het, praktijktrainer?' En dat hij antwoordt: 'Goed hoor, schoolmeester'. Die stempeltjes worden er altijd door anderen opgedrukt. Ik kan daar niets mee."
Systemen
"De discussie over Het Systeem en de buitenspelers wordt veel interessanter gemaakt dan het in werkelijkheid is. In de tactiek van de grote elftallen herken ik zelden 4-3-3. In 1988 speelde Oranje zelfs met twee spitsen. In 1974 stond Johan Cruyff officieel in de spits, maar zwierf hij hoofdzakelijk over het hele veld om de bal op te eisen. Jong Oranje speelt tegen Engeland met drie spitsen. Dat wil zeggen: een variabele vorm van 4-3-3. Het is helemaal afhankelijk van situaties tijdens het duel en de kracht van de tegenstander. Een systeem laat zich niet vangen in een cijfercombinatie, ofschoon veel mensen dat wel voortdurend proberen. Het ligt aan de uitvoering. Op bepaalde momenten kan 4-3-3 heel makkelijk veranderen in 4-5-1, of 3-4-3."

|
Mark Wotte: "We moeten zorgen dat jonge voetballers hongerig blijven. Soms is dat moeilijk bij spelers, die al heel vroeg een heel luxe leven leiden."
|
"We proberen de zones goed bezet te houden met vier verdedigers en drie middenvelders, waarvan er één of twee de ondersteuning naar Dirk Kuyt moeten verzorgen. Met Andy van der Meyde en Patrick Ax hebben we in ieder geval snelheid op de flanken. Ik noem dat dynamische buitenspelers. De traditionele links- en rechtsbuiten die uit stand een actie kunnen maken en een voorzet geven, zijn bijna uitgestorven. Het hedendaagse topvoetbal vereist simpelweg meer snelheid."
"Ik vind het wel belangrijk dat de buitenkanten bezet zijn. Of het nou mensen zijn die er al staan, of die er komen. Tegenwoordig bouwen trainers de as van hun elftal zo vol dat er geen ruimte meer is. We kunnen een tegenstander dus pijn doen met komende mensen op de flanken of vanuit de omschakeling naar balbezit toe. Iedereen heeft het hier voortdurend over de omschakeling na balverlies. Je verliest de bal en iedereen denkt: 'Hé, we moeten terug'. Nee, je verovert de bal en maakt snel gebruik van de ruimte. Dát is de tendens van de laatste jaren."
Arrogantie
"De gemiddelde Nederlander voelt zich eigenlijk te groot om zich aan te passen aan de tegenstander. Misplaatste arrogantie, want zo goed zijn we niet meer. We zijn in Europa niet meer de baas op het veld. Ons positiespel is een kwaliteit, maar niet genoeg om te overleven. Er zal iets aan toegevoegd moeten worden. In het buitenland zetten ze een organisatie verdedigend heel goed neer en slaan van daaruit terug in de omschakeling. Waarom mag dat niet? Het is een middel om te winnen. Vaak hebben buitenlandse elftallen minder balbezit; het rendement is meestal hoger. Zie Lazio-PSV en FC Utrecht-Parma."
Resultaat
"In de Nederlandse cultuur is resultaatvoetbal een vies woord. De jeugdtrainer die met 5-0 verliest maar hartstikke leuk gevoetbald heeft, krijgt hier nog schouderklopjes. Kan niet. Technische vaardigheid dient in de jeugdopleiding bovenaan te staan. Maar in het proces naar de top toe, mogen we best wat meer aandacht besteden aan het resultaat. In die opleiding spelen de clubs een voorname rol. Wij hebben de jongens maar te leen, vier of vijf dagen in de maand. Een clubtrainer geeft misschien 200 trainingen in een seizoen; ik ongeveer twintig. Dus zijn invloed is vele malen groter dan die van de bondscoach. Overschat dat niet."
Motivatie
"We moeten ervoor zorgen dat jonge voetballers hongerig blijven. Soms is dat moeilijk bij spelers die al vroeg een heel luxe leven leiden. Dan ben je afhankelijk van de motivatie die daarbinnen zit. Het kweken van karakter begint in een gezin. In een later stadium proberen hoofdtrainers die mentale weerbaarheid iets meer gestalte te geven, want de aard van een speler is op die leeftijd nog slechts beperkt te beïnvloeden, laat staan te veranderen."
"In Italië, Spanje of Engeland gaan voetballers tot de bodem. Die mentale weerbaarheid stralen ze echt uit. Nederlanders zijn creatief en daarentegen ook heel economisch ingesteld. Als het met minder inspanning kan, hebben we dat liever. We leven in een sociaal land. Maar soms moet je asociaal zijn om de top te bereiken. Ik zie nog zo weinig jongens die echt ziek zijn van een nederlaag. Laatst verspeelde Willem II tegen AZ door een eigen doelpunt van Jos van Nieuwstadt de overwinning. Hij kwam met tranen in zijn ogen van het veld. Ik dacht: dat is de instelling die we nodig hebben." |
|
|
zoek naar gerelateerde artikelen
vr 9 november 2001
|
![[terug]](/krant/logos/terug.omlaag.gif)
|
|
|
|
© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
|
|
|