DEN HAAG - De vakcentrales FNV en CNV gaan hun bonden oproepen de lonen in 2002 'daar waar nodig' fors te matigen. Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland zullen hun achterban vragen zich in te houden met extraatjes en bonussen.
Dat zijn de sociale partners gisteren in de Stichting van de Arbeid (Star) in de aanloop naar het Najaarsoverleg met het kabinet voorlopig overeengekomen. De respectievelijke achterbannen worden aanstaande maandag om instemming gevraagd. Tijdens het Star-overleg, waarbij de irritaties over en weer soms hoog opliepen, deelden alle partijen uiteindelijk de analyse dat in sectoren en bedrijven die het economisch moeilijk hebben, loonmatiging nodig is.
Ook als het kabinet volhardt in de weigering de lasten te verminderen via een verlaging van de ww- en wao-premies. De vakbeweging hoopt wel dat als rond maart 2002 blijkt dat de lonen flink gematigd zijn, het kabinet eventueel koopkrachtverlies bij werknemers als gevolg van een hogere inflatie zal compenseren. Minister Zalm (Financiën) zou dit aan de vakorganisaties hebben toegezegd.
Volgens betrouwbare bronnen denken FNV en CNV aan een zogenoemde bandbreedte voor tijdens de loononderhandelingen. Die houdt in dat hun cao-onderhandelaars in de branches en bedrijven moeten uitgaan van een loonstijging van minimaal 2,5%. Daarmee zou een centraal akkoord met een hard loonplafond tijdens het Najaarsoverleg niet langer noodzakelijk zijn. Met deze politieke constructie kan de FNV zijn gezicht redden door formeel vast te houden aan de formulering 'máximaal 4% loonstijging', in de wetenschap dat de bonden zich op decentraal niveau zullen inhouden. De bouwsector met zijn grote personeelsschaarste en de overheid zouden buiten schot moeten blijven.