AMSTERDAM - Ierland heeft de afgelopen jaren miljarden aan EU-subsidies ontvangen. Dat is te merken voor wie het groene, heuvelachtige en soms zelfs bergachtige land met honderden meren doorkruist. Nieuwe snelwegen zijn er, maar nog steeds onvoldoende. Een autorit tussen de belangrijkste steden duurt zeker twee, zo niet drie keer zo lang als dezelfde afstand in Nederland.
Wie geen haast heeft, geniet van het landschap en volgt het spoor van de rustig voortkabbelende Ier. Met name West-Ierland is grillig en mooi. De wegen zijn smal en leeg. Flink doorrijden staat gelijk aan zelfmoord. Dus hooguit de derde versnelling.
Wie daarentegen zakelijke afspraken heeft, windt zich op. En hoe. Een hartstilstand of een maagzweer is nog het minste ongerief dat uit de ergernis over de langzame weggebruikers voortkomt. Gelukkig doemen elk half uur de EU-borden op met de aanduiding dat er een wegdeel in aankomst is dat is gesubsidieerd door de Europese belastingbetaler. De meter kan dan voor een paar minuten de 100 km halen. Daarna wordt het weer de slakkengang.
Van richtingborden heeft de Ierse ANWB amper gehoord. In verlaten gebieden is dat knap lastig bij een T-splitsing. Wachten op ander verkeer is het enige dat soelaas biedt. Wie de verkeerde richting neemt, is zeker een uur kwijt. Opmerkelijk genoeg biedt het land meer aanduidingsborden voor kroegen. St. Johns pub bij voorbeeld in de bergen van Dublin, de hoogste kroeg van het land. Of St. Mary in Connemara. Het is een schrale troost voor de verdwaalde reiziger. Een glas Guinness doet de ergernis vergeten.
Maar wie de draad al rijdend door Ierland weer oppakt, valt iets bijzonders op. Maar wat? Na een paar dagen valt het muntje. Het is de huizenbouw. Alle kleuren van de regenboog hebben de Ieren benut. Prachtig, maar soms ook pijnlijk fout. Historische huizen? Nauwelijks van gehoord. Alles lijkt niet ouder dan hooguit tien jaar. De Ierse economie heeft blijkbaar goed geboerd. Jammer dat het historisch besef met de luxe lijkt te zijn verdwenen.
En dan de Ieren zelf. Rondborstig en almaar donker, lauw Guinness drinkend. Al wil de jongere zijn bier net zoals de meeste Nederlanders nu koud hebben. Vriendelijk zijn de Ieren. Veel te vriendelijk lijkt het. Wie een bord eten bestelt, heeft genoeg voor drie. Geen wonder dat de gemiddelde Ier in rap tempo dikker aan het worden is.
Volgens Trinity College in Dublin is de helft van de Ieren nu te dik. De afgelopen tien jaar is er gemiddeld zes kilo bijgekomen. Eén op de vijf Ieren is ronduit corpulent te noemen.
En dat in een land dat in het verleden werd geplaagd door hongersnoden. Verbazingwekkend is het.