De verklaring van de commandanten - de Oezbeekse leider Mohammed Dostum, Ustad Atta van het voormalige moedjaheddien-bewind en de Sji'itische leider Ustad Muhakik - De leiders van de Noordelijke Alliantie tegen het Afghaanse Talibanbewind hebben aangekondigd dat zij een groot offensief wensen te ontketenen tegen het noordelijke bastion Mazar-i-Sharif en omstreken. Maar zonder Amerikaanse steun - uit de lucht - lijkt succes ver weg, zo gaven zij te kennen.
kwam na twee dagen beraad in de plaats Dara-i-Suf, zuidelijk van het tot dusver onneembare Mazar. Het resultaat was, volgens woordvoerder Mohammed Habeel, een "gemeenschappelijke strategie. Als God het wil, zal in de zeer nabije toekomst een offensief worden gelanceerd".
Maar uit verdere verklaringen bleek dat de Alliantie felle kritiek heeft op de wijze waarop de Amerikanen en hun Britse bondgenoten het luchtwapen hanteren. In plaats van de frontlinies van de Taliban te bestoken, richten zij hun bommen op vermeende concentraties van Arabische strijders van al-Qaeda, de terreurorganisatie van Osama bin Laden, en op hun schuilplaatsen, waaronder een uitgebreid netwerk van tunnels.
Zoals de afgelopen vier weken is gebleken, kan de Noordelijke Alliantie niet op eigen houtje een belangrijke stad als Mazar veroveren. De luchtsteun voor de Alliantie, ook aan het front bij de luchtmachtbasis Bagram, ten noorden van Kaboel, is uiterst beperkt.
Weliswaar riep de oppositie gisteren dat zij niet verder dan de stadspoorten van Kaboel zou oprukken, maar dat leek meer bedoeld om de Amerikanen tevreden te stellen. Die voelen, in navolging van Pakistan, weinig voor een bezetting van de hoofdstad door troepen die berucht zijn om hun in het verleden getoonde moord- en vernielzucht.
Inderdaad waren er enige tekenen dat de Amerikaanse luchtmacht zich meer gaat inzetten voor ondersteuning van de Alliantie-aanvallen. Gisteren werd een zestal bommen afgeworpen achter de Taliban-linies bij het vliegveld Bagram. Ook zei een woordvoerster voor het Amerikaanse ministerie van defensie dat de grensstreek van Afghanistan met Tadzjikistan wordt gebombardeerd. Daar houden Taliban-eenheden de noordelijke tak van het Alliantie-offensief tegen Mazar tegen.
In Kaboel werd getreurd over de dood van 13 burgers in de bombardementen van het afgelopen weekeinde. Ook de stad Kandahar in het zuiden was zwaar bestookt, maar een plaatselijke moslimleider, Mohammed Masoem, zei dat er geen enkele Talibansoldaat was omgekomen.
De Taliban-ambassadeur in Pakistan, Abdoelsalam Zaeef, zei gisteren dat zijn regering geen behoefte heeft aan de hulp van enkele duizenden gewapende Pakistani's, die graag als vrijwilligers willen meevechten. Maar Zaeef heeft wel vaker verklaringen afgelegd die later herroepen moesten worden. Zo werd zijn bewering, dat hij een afspraak had met de hoge VN-gezant Brahimi over vorming van een nieuw Afghaans bewind, door de gezant tegengesproken.
(AP/Reuters)