TEL AVIV - De Israëlische premier Ariel Sjaron heeft gisteravond zijn leger de opdracht gegeven te vertrekken uit de regio rond Bethlehem, ondanks een bloedige Palestijnse aanslag in Hadera, waarbij zes mensen omkwamen. Voor middernacht waren de Israëlische tanks al vertrokken uit het zuiden van Bethlehem. De verwachting was dat de andere posities ook snel ontmanteld zouden worden.

|
Ariel Sjaron. (Foto: REUTERS)
|
Twee leden van de Islamitische Jihad zaaiden gistermiddag dood en verderf in Hadera, een plaats iets ten noorden van Tel Aviv. Het duo schoot vanuit hun auto op een groep mensen die bij een bushalte stond te wachten. Vier vrouwen werden gedood en 42 personen raakten gewond. Drie daarvan zijn er ernstig aan toe.
De daders, twee Palestijnse politieagenten afkomstig uit Jenin, werden door Israëlische politiemannen doodgeschoten. Onderzocht wordt of het duo ook verantwoordelijk is voor de dood van een Israëlische soldaat die in zijn wagen werd neergeschoten. Dat incident vond niet zo lang voor de aanslag plaats, eveneens in het noorden van Israël.
Dat de terugtrekking uit Bethlehem werd doorgezet, is mogelijk te danken aan het nieuwe Israëlische beleid waarbij per regio bekeken wordt of de situatie dat toestaat. Eerder ging een voor zaterdagavond geplande aftocht uit Bethlehem niet door omdat er werd geschoten op de nabijgelegen buitenwijk/nederzetting van Jeruzalem, Gilo.
De omsingeling van Jenin zal nog wel even duren. Deze noordelijke plaats werd al eerder door de Israëli's betiteld als "een broeinest voor terroristen". Israël begon een offensief na de moord op de minister van Toerisme, Zeevi, door militante Palestijnen.