DEN HAAG - De van terroristische activiteiten verdachte illegale Algerijn Rachid Z. is drie weken geleden ten onrechte door de vreemdelingenrechter in Haarlem op vrije voeten gesteld. Met dit vernietigende oordeel heeft de Raad van State gisteren de vreemdelingenrechter een flinke tik op de vingers gegeven en een dikke streep gehaald door het vonnis.
Hierdoor kan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), die bij dit Hoge College van Staat in beroep was gegaan, de Algerijn weer achter slot en grendel zetten.
De IND is heel blij met de uitspraak maar is niet van plan actief jacht te maken op de man die met een door de vreemdelingenrechter toegekende schadevergoeding van 2750 op zak spoorloos verdween. "Het is bestaand beleid om illegalen niet actief op te sporen", aldus een woordvoerder. "Er is geen aanleiding om er in dit geval een uitzondering op te maken." Alleen als de Algerijn toevallig tegen de lamp loopt bij bijvoorbeeld een alcoholcontrole, gaat hij opnieuw achter de tralies. Omdat er tegen schadevergoedingen geen beroep mogelijk is, mag de Algerijn de 2750 houden.
De Algerijn werd samen met drie anderen twee dagen na de aanslagen in de VS opgepakt in Rotterdam. Volgens justitie zou het viertal, samen met andere verdachten, terroristische aanslagen voorbereiden in andere Europese landen. Rachid Z. werd enige dagen later als enige van de vier vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Hij werd echter direct weer opgepakt omdat hij illegaal in ons land verbleef.
Vervolgens ging er van alles mis. De vreemdelingenrechter, die niet wist dat de Algerijn door het openbaar ministerie (OM) nog steeds van terroristische activiteiten werd verdacht, liet hem tot grote woede van de IND weer vrij omdat er volgens haar onregelmatigheden in het strafrechtelijk vooronderzoek waren opgetreden. Het OM zou de man niet tijdig genoeg hebben voorgeleid aan de rechter-commissaris. De vreemdelingenrechter trok deze conclusie omdat zij van de IND niet op tijd de beschikking van de rechtercommissaris toegestuurd had gekregen.
Volgens de boze IND was dat ook helemaal niet nodig omdat de vreemdelingenrechter niet naar het strafrechtelijke dossier van de Algerijn hoefde te kijken, maar alleen moest toetsen of hij in afwachting van uitlevering achter slot en grendel moest blijven.
Staatssecretaris E. Kalsbeek (Justitie) ging vervolgens namens de IND bij de Raad van State in hoger beroep en kreeg gelijk. Volgens de Raad van State moet de vreemdelingenrechter zich inderdaad beperken tot de toetsing van de vreemdelingenbewaring en heeft deze over de strafrechtelijke kant van de zaak niets te zeggen.