LISSABON - Op het parkeerterrein bij het Amazonia Jamor-hotel, net buiten Lissabon, wordt spontaan het 'We worden wereldkampioen, we worden wereldkampioen' ingezet. Bij de begroeting met zijn ploeggenoten is Erik Dekker het stralend en muzikaal middelpunt. Hoewel hij binnen een week wereldkampioen kan worden én de Wereldbeker kan winnen, is er van zenuwen geen sprake en relativeert hij op de hem bekende wijze het komende titelgevecht. Met Michael Boogerd vormt Dekker het boegbeeld van de Oranje-equipe. Twee ploeggenoten, twee favorieten, twee rivalen, die over de kwaliteiten beschikken om tot de meet om de regenboogtrui te duelleren. Dekker lachend: "In de Ronde van Rheinland Pfalz heb ik Boogerd laten winnen. Nu ben ik aan de beurt."

|
Samen met verzorger Ton van Engelen bespreken Michael Boogerd (l) en Erik Dekker het parcours van het WK in Lissabon. (Foto: Cor Vos)
|
Op een WK is alles mogelijk en daarom behoort zelfs dit scenario tot de mogelijkheden. In Japan, elf jaar geleden, reden de Belgen Dhaenens en De Wolf tot ieders verrassing de elite de vernieling in. Toen zij met z'n tweeën overbleven, was de beslissing snel genomen: doorrijden en sprinten. Dhaenens won.
"Wij weten wat we aan elkaar hebben en dat is het belangrijkste", kijkt de winnaar van de Amstel Gold Race vooruit. "Voor de Italianen is het probleem al jaren zes keer groter. Zij komen met twaalf kanshebbers aan het vertrek. Ik rij hier mijn zevende WK en weet inmiddels dat op deze speciale dag alles mogelijk is. Op dit parcours begint het gevecht in de laatste zestig kilometer. Dan zullen er een mannetje of vijftien overblijven. Ik denk dan aan een paar Italianen, de Belgen, die in de breedte sterk zijn, Virenque misschien en Jantje."
Jantje is niemand minder dan Jan Ullrich, kersvers wereldkampioen tijdrijden en in de vorm van zijn leven. Als een sloopkogel vloog 'Der Jan' twaalf maanden geleden naar het olympisch goud en liet hij de wielerwereld in verbijstering achter. Inmiddels lijkt de Duitse favoriet opnieuw in deze onheilspellende supervorm. Dekker: "En dus hebben wij in hem een ideale bondgenoot. Alle Duitsers zullen zo lang mogelijk bij Jantje blijven. Dat zullen wij ook doen."
Vanaf dinsdag bivakkeert de geboren Drent in het zomerse vakantieland. Om niets aan het toeval over te laten, trainde hij met Jan Boven twee keer vier uur. "Ik wilde hoe dan ook voorkomen, dat ik zondagavond tot de ontdekking zou moeten komen dat ik in dit opzicht een fout had gemaakt. Vanuit ons hotel in Estoril hebben wij heerlijk kunnen trainen. Donderdag mochten wij op het parcours. De eerste klim doet pijn, de tweede is lekker steil, maar te doen. De 21 rondjes doen de rest. Let maar op: de favorieten komen elkaar vanzelf tegen."
Erik Dekker behoort inmiddels ook tot deze categorie, al is zijn naam en faam nog niet wereldwijd verspreid. "Ik kan geen Tour de France winnen. Voor mij is een WK het allerhoogste dat ik kan winnen. Misschien word ik dan ook in Portugal herkend. Van de week reden wij door een sloppenwijk. Opeens dook er een zwart mannetje uit een bos. Hij begon 'Boogerd, Boogerd' te roepen. Leuk is dat."
Sinds het WK in Valkenburg drie jaar geleden stond Boogerd er in de finale steevast alleen voor. Met Dekker beschikt bondscoach Gerrie Knetemann over twee troeven, waarmee zijn nerveuze gevoel is verklaard. "Ik ben van nature optimistisch, maar heb sinds mijn eerste WK in Stuttgart niet meer dezelfde opwinding ervaren. Destijds reed Frans Maassen in de laatste ronde het gat dicht en gingen Gianni Bugno en Steven Rooks er vandoor. Rooks pakte de zilveren medaille. Dat resultaat is sindsdien niet meer overtroffen. Ik hoed mij voor misplaatst optimisme maar met twee man valt het werk toch gemakkelijker te verdelen. Bovendien is het in mentaal opzicht een steun in de rug. Als de afgelopen jaren het gevecht werd beslist, bleef er altijd een groep over en zat Boogerd in zijn eentje. Zondag kan hij met Dekker een vuist maken."
Waarna hij zijn ongenoegen uit over zijn vergeefse speurtocht naar een sponsor voor de premiepot. Profrenners rijden voor de poen. Een extra financiële steun in de rug had misschien net het verschil kunnen maken, weet de oud-wereldkampioen (1978) uit ervaring. "Het is mislukt en dat geeft aan hoe het WK leeft", bromt Knetemann. "Als het scherm op groen staat, gaat de knip open. Voor het oranje niet."
In de ogen van 'De Kneet' is Paolo Bettini de te kloppen man. De oud-winnaar van Luik-Bastenaken-Luik wordt er bergop niet afgereden en kan ook nog eens sprinten. "Het parcours is ideaal voor hem. Ullrich rijdt in één tempo omhoog en kan geen gat slaan. Bettini en ook Freire kunnen er aan blijven hangen."
In 1991 maakte Knetemann zijn debuut als bondscoach en weet hij dat het gemakkelijker is om als outsider dan als favoriet de regenboogtrui te winnen. "Toch is het vreemd dat ik al dagen met dat aparte gevoel rondloop. Het gevoel dat dit het mooiste WK van de afgelopen tien jaar kan worden."