AMSTERDAM - Het toezicht van beursorganisatie Euronext Amsterdam is 'aantoonbaar effectiever dan elders ter wereld'. De stelling dat gemarchandeerd wordt met toelatingseisen en de handhaving van het Fondsenreglement is 'totale onzin' en het overhevelen van toezichtstaken naar de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) om die reden is onnodig.
Dat stelt Euronext-bestuurder George Möller in reactie op kritiek van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). "We zijn een soort Albert Heijn en onze belangrijkste klant is de belegger. Níet de beursgenoteerde onderneming."
Möller maakte er graag ruim de tijd voor vrij, gistermiddag. De kritiek die directeur Peter Paul de Vries van de VEB eerder deze week uitte op de kwaliteit van het toezicht van zíjn Euronext Amsterdam, is hem in het verkeerde keelgat geschoten. "De stelling dat wij een oogje dichtknijpen omdat we een beurs zijn die winst wil maken, is absolute onzin." Wijdverbreide onzin overigens, want Möller zegt soortgelijke woorden ook wel eens te zijn tegengekomen in officiële stukken die circuleren in Brussel. De stelling is niet alleen onzinnig, maar ook makkelijk weerlegbaar, vindt Möller. We moeten de beurs dan wel even beschouwen als een supermarkt. "Als Albert Heijn producten in de schappen heeft liggen waar iets mis mee is, dan halen ze die in tien seconden van de plank. Doen ze dat niet, dan lopen de klanten weg." Bij Euronext Amsterdam reageert diezelfde 'klant' niet anders. Is het 'product' van de beursorganisatie niet goed, dan loopt de klant weg en zal Euronext Amsterdam ook niet overleven.
Maar wie is dan die klant, kun je je afvragen. De kritiek van De Vries is immers juist dat Euronext oog heeft voor zijn klanten. Maar dan doelt De Vries nadrukkelijk op ondernemingen die in Amsterdam notering willen of hebben. Fout, zegt Möller. De klant die de beursbestuurder bedoelt, is de belegger. Aan beleggers verdient Euronext het meest. "Van de jaarlijkse noteringsvergoedingen en de kosten die wij in rekening brengen voor het beoordelen van een prospectus, worden we echt niet veel wijzer."
Dat blijkt ook wel uit de reglementen van de beurs: een Nederlandse onderneming die meer dan 100 miljoen aandelen heeft uitstaan, betaalde vorig jaar aan noteringskosten 18.200. Het beoordelen van een standaardprospectus kostte 2200. De inkomsten uit de handel in een fonds zijn vele malen groter, aldus Möller. Beleggers zorgen voor die handel. De belangen van beleggers zal Euronext dan ook nooit uit het oog verliezen, zoals VEB-directeur De Vries stelt.
Los daarvan zijn de toelatingseisen in Amsterdam, vergeleken met die van andere beurzen, aan de strenge kant, stelt Möller. "In Frankrijk ligt de lat lager, maar daar zit ik niet mee. Hetzelfde geldt voor de Londense Alternative Investment Market. Bedrijven die op deze andere beurzen wél notering krijgen, zou ik in Amsterdam misschien niet eens willen hebben." Kortom: "De Vries poneert stellingen die niet alleen gruwelijk makkelijk zijn, maar ook pertinent incorrect." Want ook de kritiek die de VEB heeft op de wijze waarop Euronext omgaat met overtredingen van het Fondsenreglement, snijdt volgens Möller geen hout.
Er moeten boetes komen, de notering moet tijdelijk kunnen worden opgeschort, of bedrijven die het reglement hebben overtreden, moeten verbannen kunnen worden naar het strafbankje, vindt De Vries. "Ik heb altijd al gezegd dat beursgenoteerde bedrijven van een boete niet slechter slapen. Ze betalen en dat is dat. Met het opschorten van de notering is de belegger verder niet gediend. Die zou dan in de situatie terecht kunnen komen dat hij zijn aandelen niet kan verkopen omdat in het fonds tijdelijk niet gehandeld mag worden."
Het bedrijf publiekelijk afstraffen, door de overtreding van het Fondsenreglement openbaar te maken, blijft de beste straf, benadrukt Möller. "Komt een bestuurder van een berispte onderneming dan een keer bij een grote investeerder, dan krijgt-ie ervan langs. Dat het werkt, zie je wel aan de verbeteringen die bedrijven doorvoeren als ze een keer in de fout zijn gegaan." Die fout wordt overigens nooit bewust gemaakt, wil Möller nog gezegd hebben. "De woorden van De Vries wijzen erop dat hij van opzet uitgaat, maar bijna altijd is het knulligheid, onwetendheid of een gebrek aan coördinatie."
"We hebben ook altijd gezegd dat een berisping van de beurs gedupeerde beleggers een instrument verschaft om verhaal te halen bij een rechter", stelt Möller nog. "Geen enkele overtreding die wij geconstateerd hebben, en De Vries had daar een mooi lijstje van, is voor de VEB aanleiding geweest om juridische stappen te zetten. In plaats daarvan vraagt hij nu om aanvullende sanctiemogelijkheden."
Als bepaalde toezichtstaken overgeheveld zouden worden naar de STE, zoals De Vries bepleit, dan moet dat in Europees kader, vindt Möller. "Alleen dan verzwakt onze concurrentiepositie niet." Tot die tijd moeten beleggers en de VEB meer vertrouwen hebben in het huidige systeem. "We hebben bewezen dat het werkt", aldus de beursbestuurder. "Zo hebben we in het verleden de handel stilgelegd en transacties tegengehouden, die vervolgens elders doorgang vonden. We benadelen onszelf daarmee, maar doen het toch om de kwaliteit te bewaken. Dus waarom al die twijfels over onze integriteit?"