door Pieter Nijdam PARIJS - 's Werelds populairste toeristenbestemming, Parijs, heeft een nieuw ijzer in het vuur om buitenlandse reizigers naar de lichtstad terug te lokken. De tot nog toe onbekende wijngaarden midden in de stad, moeten dé nieuwe toeristische attractie worden.
Sinds enkele weken ziet het gemeentebestuur met lede ogen aan hoe de Franse hoofdstad wordt gemeden door honderdduizenden buitenlandse vakantiegangers. Als gevolg van de recente terreuraanslagen staan de luxe paleishotels er verlaten bij.
Zelden waren de rijen voor de Eiffeltoren en het Louvre-museum zo kort als nu.
Enkele inventieve ambtenaren hebben daarom het plan opgevat om de aandacht van de buitenlander te trekken met één van de vloeibare geneugten waar het land zo beroemd om is: wijn.
"Parijs is 'swerelds meest bezochte plaats, maar om genoeglijk een glas wijn te drinken tussen de wijnranken, moet de toerist de stad uit. Daar willen we verandering in brengen", meent Christian de la Gueronnière, die een vereniging van wijnboeren in Parijs en Ile-de-France heeft opgericht.
Hoog tempo
De afgelopen jaren zijn in een duizelingwekkend hoog tempo wijnstokken aangeplant in de Franse hoofdstad. Vijf jaar geleden kende Parijs en omgeving slechts acht serieuze wijngaarden. Thans zijn dat er al meer dan 100.
De oudste en meest bekende wijngaard is die van Montmartre. Tussen hoge flatgebouwen schuin achter de Sacré Coeur staan op nog geen kwart hectare zo'n 2000 wijnstokken.
"Kijk, dat bedoelen we nou", zegt Francis Gourdin op zijn kleine wijnakker aan de Rue Saint-Vincent. "De toerist kan hier weer op verhaal komen. Met een goed glas in de hand is het aangenaam toeven tussen de Pinot Noir-druiven."
Burgemeester Bertrand Delanoë kan dat beamen. "Jaren geleden kocht ik deze wijn al. Vanuit mijn functie moest ik wel, maar ik durfde mijn gasten niet over te halen het spul ook werkelijk te drinken. Ik wees ze slechts op het fraaie etiket. De laatste jaren is de kwaliteit echter met sprongen vooruitgegaan."
Christian de la Gueronnière benadrukt dat verhalen over de matige kwaliteit van de Parijse wijnen naar het rijk der fabelen moeten worden verwezen. Reeds in de zestiende eeuw bloeide de wijnbouw in en rond de hoofdstad. In de achttiende eeuw werd er zelfs meer wijn verbouwd dan in Bordeaux of het Loire-gebied.
Dat de wijn van Montmartre in de zeventiende eeuw de dubieuze reputatie had van een prima laxeermiddel, wil De la Gueronnière liever niet weten. Koning Hendrik IV, die chronisch leed aan obstipatie, zou een van de grootste afnemers zijn geweest. |