LINDA-A-PASTORA - Vorige maand was hij alleen bij enkele intimi bekend als een groot talent, na drie weken Vuelta a Espana is zijn status wereldwijd geschreven. Levi Leipheimer debuteerde in Spanje voor het eerst in een grote ronde en verrassenderwijs stond de Amerikaan meteen op de derde trede van het podium. Ineens is het peloton een klassementsrenner rijker. De renner uit Montana noemt Nederland zijn tweede thuis en heeft de Nederlandse taal reeds, al is het enigszins hakkelend, onder de knie. "Daarom hoop ik volgend seizoen ook voor de Rabobank uit te komen", verklaarde hij gistermiddag in een hotel buiten Lissabon.

|
Levi Leipheimer (Foto: Cor Vos)
|
Afgelopen weekeinde onderhandelde Rabo-manager Jan Raas in Parijs-Tours reeds lange tijd met de 27-jarige Amerikaan, die zeker bij US Postal vertrekt en inmiddels een vijftal riante aanbiedingen op zak heeft. "Toch heb ik mijn hart de keuze al gemaakt", bevestigde Leipheimer. "De Rabobank is mijn ideale ploeg. Het is een professioneel team met een perfecte organisatie. Ik hoor alleen maar goede dingen. Met de meeste renners in die formatie kan ik goed opschieten. Over het geld zijn we het eens. Ik kan me vinden in hun aanbod. Alleen wil ik eventjes alle details rustig bestuderen. Dit is misschien de belangrijkste keuze in mijn loopbaan. Daarom wil ik nu niets overhaast doen. Al zou het me niets verbazen wanneer ik komend weekeinde reeds het contract teken."
De Amerikaanse formatie voor de mondiale titelstrijd huist immers in hetzelfde hotel als de oranje ploeg, waardoor Leipheimer nog eventjes met ploegleider Adri van Houwelingen en de kopmannen Michael Boogerd en Erik Dekker kan bijpraten. "Bij US Postal hadden ze niet verwacht dat ik de Vuelta als derde zou afsluiten. Er is geen budget meer om mij een aangepast contract te geven. Zelf wil ik echter ook weg. Ik wil er zeker van zijn dat ik bij een ploeg kom waar ik een beschermde rol in de komende Tour de France krijg. Die garantie heb ik bij de Rabobank."
De pas vierdejaars beroepswielrenner viel vorig seizoen vooral op als tijdrijder. Dat onderstreepte Leipheimer dit voorjaar in de Driedaagse van de Panne en in augustus in de Ronde van Burgos en de Castilla y Leon. "Daar kon ik ook voor het eerst mijn capaciteiten in het hooggebergte testen. Normaal reed ik bij US Postal vooral vlakkere wedstrijden. Geen moment kwam ik in aanmerking voor de Tour-ploeg, omdat ik nog nooit een grote etappewedstrijd had gereden."
Op de slotdag van de Castilla y Leon volgde Leipheimer op de zeven kilometer steile slotklim, tandje 25 op de achterste pion, de beste klimmers. "Dat gaf vertrouwen voor de Vuelta. Ik wilde er twee goede tijdritten rijden en in het hooggebergte lang bij onze kopman Roberto Heras blijven. Toen ik na de tweede tijdrit nog steeds tweede in het klassement stond, gaf ploegleider Johan Bruyneel me in de bergen een vrije rol. De volgende dag werd ik een loodzware Pyreneeën-rit vierde. Dat was het moment dat ik zelf in een goed klassement ging geloven. Ik zou liegen als ik nu zeg dat ik deze prestaties van tevoren had verwacht. Ik wist dat ik een goede renner was en dat de harde trainingsarbeid ooit tot prestaties moesten leiden. Maar dit had ik niet durven dromen."
Bruyneel noemt Leipheimer de best gemotiveerde renner uit het peloton. "En na de Vuelta is die motivatie alleen maar gestegen. Vroeger droomde ik van goede prestaties in de Tour de France, nu weet ik dat het realiseerbaar is om ooit voor de gele trui te strijden. Ik ben ervan overtuigd dat ik de komende jaren een grote ronde ga winnen. Welke weet ik nog niet, maar natuurlijk is de Tour mijn ronde. In 1987 als dertienjarige volgde ik voor het eerst die wedstrijd via de televisie in Amerika. Het was het duel tussen Stephen Roche en Pedro Delgado. Prachtig, ik was meteen verknocht aan wielrennen. Samen met mijn broer reed ik wedstrijden. Toen ik 20 jaar was vertrok een vriend van me naar Leuven om wedstrijden te rijden. Hij had daar op de universiteit gestudeerd en kende de streek. Ik ben met hem mee gegaan. Het was een moeilijke beslissing, maar toen wist ik al dat ik alleen maar profwielrenner wilde worden."
Later woonde de man uit Montana enige tijd in Nederland bij de huidige juniorencoach Egon van Kessel. "Ik hou meer van Nederland dan van België. De Nederlandse mentaliteit bevalt me. In die periode heb ik ook Nederlands leren spreken. Dat is altijd een voordeel. Zeker wanneer ik naar de Rabobank overstap."
Als het aan Leipheimer ligt, kleurt hij de Rabo-formatie meteen met een regenboog. Zowel vandaag in de tijdrit als zondag in de wegwedstrijd acht hij zichzelf grote kansen toe. "Het tijdritparcours is op mijn lijf geschreven. Het is heel zwaar. Nergens krijg je de gelegenheid om te herstellen. Na de Vuelta moest ik een kleine week recupereren van de inspanningen, sindsdien leef ik naar deze tijdrit toe. Toch vrees ik dat die nog enkele dagen te vroeg komt. Ik voel me momenteel iedere dag sterker worden en wanneer ik in de tijdrit eens heel diep ben gegaan heb ik zondag wellicht de perfecte benen. En op dat parcours kan ik ook zomaar wereldkampioen worden."