DEN HAAG - De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gaat in hoger beroep tegen het vonnis van de Haarlemse vreemdelingenrechter om de Algerijnse illegaal Rachid Z., die van mogelijke betrokkenheid bij terroristische activiteiten wordt verdacht, op vrije voeten te stellen.
Mocht de IND gelijk krijgen dan kan de Algerijn zodra hij opnieuw wordt aangehouden onmiddellijk als illegaal het land worden uitgezet.
De man werd door justitie vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs voor betrokkenheid bij de voorbereiding van terroristische activiteiten.
Volgens minister Korthals (Justitie) is de Algerijn geen terrorist. Het openbaar ministerie ziet hem daarentegen nog wel als mogelijke verdachte, aangezien drie mede-verdachten van de Algerijn nog steeds worden vastgehouden. "Kennelijk heeft de nu vrijgelaten Algerijn een andere rol gespeeld dan de andere drie die nog worden vastgehouden", aldus Korthals.
Volgens de bewindsman heeft de vreemdelingenrechter daarentegen wel geheel ten onrechte de in Rotterdam opgepakte Algerijn met een schadevergoeding de straat opgestuurd. De vreemdelingenrechter die de illegale Algerijn Rachid Z. uit Rotterdam vrijliet, wist niet dat het openbaar ministerie hem nog steeds als een terrorist ziet.
Dat zegt de vreemdelingenkamer in Haarlem in reactie op het omstreden vonnis door rechter mevr. mr. C. Rombouts. "Als de rechter op de hoogte was geweest van deze achtergronden, had dat mogelijk geleid tot een ander oordeel", is de lezing vanuit Haarlem.
In het dossier van de Algerijn zou echter duidelijk zijn vastgelegd dat hij was opgepakt op verdenking van terrorisme.
Rechter Rombouts stuurde de Algerijn afgelopen vrijdag de straat op en gaf de illegaal ook nog eens een schadevergoeding van bijna 3.000 gulden mee. Zij baseerde zich op een vormfout die het OM zou hebben gemaakt bij het vasthouden van de Algerijn. Het openbaar ministerie ontkent dat zo'n fout is gemaakt.
Om het vonnis ongedaan te krijgen, dient staatssecretaris Kalsbeek van Justitie voor vrijdag bij de Raad van State in beroep te gaan.
Volgens de woordvoerster van de Nederlandse vreemdelingenkamers, persrechter mevr. mr. M. Mondt-Schouten, dient in dat beroepschrift te staan "welke grieven justitie heeft tegen de uitspraak".
Die bezwaren zullen zich vrijwel zeker toespitsen op de vermeende vormfout.