De Telegraaf-iDe KrantNieuwsLinkSportLinkDFT.nlDigiNieuwsCrazyLife
di 9 oktober 2001  
---
Nieuwsportaal
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Begroting 2002 
De prins en Maxima 
Over Geld 
Fiscus 2001 
Scorebord 
Auto op vrijdag 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
Jaaroverzicht 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
CrazyLife 
Weerkamer 
Al onze specials 
Headlines 
VS onder vuur
---
Kopen 
 Speurders 
Veilinghal 
ElCheapo 
Siteshopper 
---
Met Elkaar 
Chatweb 
Vertel 
Cybercard 
Netmail 
---
Mijn leven 
AstroLink 
De Psycholoog 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 
Bij ons werken 
[terug]
 D E   T E L E G R A A F   T E L E S P O R T 
 
  Einde aan lijdensweg
Bram de Groot

door Raymond Kerckhoffs en Bert Schaap

   
 

LISSABON - Het afgrijselijke spiegelbeeld van zichzelf zal hij nooit vergeten. Laat in de avond, uren na zijn onfortuinlijke val in de afdaling van een Pyreneeën-col in de afgelopen Tour de France, lag Bram de Groot, gevoed door pijnscheuten, te woelen in zijn bed in een sombere ziekenhuiskamer in Perpignan. Tegen het uitdrukkelijke doktersadvies in strompelde hij voorzichtig naar een spiegel om de ernstige verwondingen in zijn gezicht te zien. "Zelden ben ik zo geschrokken", kijkt hij enkele dagen voor zijn debuut op de WK in Lissabon terug naar die zwarte bladzijde.

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (426x284, 26kb)
Bram de Groot voor zijn val. (Foto: Cor Vos)
De behoorlijke snijwond in zijn gezicht, de vele kneuzingen aan zijn jukbeen, gescheurde lip en flinke hersenschudding hadden de Tour-debutant lelijk getekend. De paniek was groot toen De Groot met een traumahelikopter van de Col du Jau naar het hospitaal werd vervoerd. De persbulletins van de organisatie meldden in eerste instantie zelfs dat de Zuid-Hollander in coma lag. Hij was echter slechts even buiten bewustzijn.

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (350x386, 47kb)
Bram de Groot voor zijn val.
"Zelf ben ik die hele film kwijt. Van de val weet ik niets meer. Het enige dat ik me herinner is dat ik ineens in dat ziekenhuis lag. Ik voelde de pijn aan mijn hoofd en zag met een oog enkel zwart. Daarom wilde ik weten hoe erg mijn gezicht was toegetakeld. Toen ik mezelf zag, was mijn oog helemaal verdwenen door de kneuzingen. Ik vreesde dat ik de helft van mijn gezichtsvermogen zou kwijtraken. Zoals Marcel Wüst dat een jaar eerder overkwam. De hele nacht spookte dat beeld door mijn hoofd, totdat een oogarts me de volgende ochtend gerust stelde."

Daarna begon voor De Groot een nieuwe lijdensweg. Net als zestien maanden eerder toen hij bij een val in de Gulden Sporen Tweedaagse ook een hersenschudding opliep en destijds tot november klaagde over hoofdpijn. Van die trage revalidatie heeft hij veel geleerd. "Destijds ben ik veel te snel op de fiets gekropen. Je moet volledige rust houden totdat de hoofdpijn helemaal over is. Ditmaal heb ik tien dagen thuis bijna continue plat gelegen. De eerste dagen zelfs zoveel mogelijk in een donkere omgeving. Toen ik langzaamaan merkte dat de hoofdpijn verdween, stapte ik weer voorzichtig op de fiets. Maar fietsen kon je dat eigenlijk niet noemen. Zo langzaam ging het."

Toch kwam de hoofdpijn steeds terug. Eigenlijk had de Rabobank-renner al een streep door zijn seizoen gezet. "Na die eerste ritjes, werd ik steeds weer geteisterd door de pijn. Ik deed daarna geen enkele inspanning meer. Maar na vijf weken bleef de hoofdpijn weg. Dat was voor mij het teken om weer wedstrijden te rijden. Zonder de ambitie overigens om nog te vlammen."

Op 12 september, 54 dagen na zijn val, keerde hij in de GP Rik van Steenbergen terug in het peloton. "Enkele dagen later reed ik de lastige GP Fourmies en daar finishte ik in de grote groep. Dat verbaasde mij. In de Rheinland-Pfalz had ik vijf dagen afgezien voor de kopmannen Michael Boogerd en Erik Dekker. Ik herstelde nauwelijks en zat er echt doorheen. Van de Ronde van Lucca stelde ik me niets meer voor, maar vorige week reed ik daar ineens heel makkelijk omhoog. In eindigde als tiende in het eindklassement, terwijl daar heel wat grote jongens aan de start stonden. Dat had ik nooit gedacht. De selectie van het WK was de volgende opsteker. Onverwachts heb ik mijn najaar toch nog kleur kunnen geven."

In de rijen der beroepswielrenners is De Groot een debutant in het oranje-shirt. Bij de espoirs reed hij wel al een WK op de weg en in het veld. Na zijn goede Tour-debuut, na een opvallende eerste week stond hij zelfs eventjes derde in het klassement, wil hij zich ditmaal helemaal opofferen voor de kopmannen Boogerd en Dekker. "Zelf ben ik voorzichtig. Ik denk dat ik een knecht voor de eerste honderdvijftig kilometer ben. Al ging het in Lucca ook in de ritten tot tweehonderd kilometer goed."

Bondscoach Gerrie Knetemann lacht bij het horen van die woorden. "Dat is nou typisch de bescheidenheid van Bram. Het is een renner met heel veel inzet en vermogen. Dat heeft hij in de Tour de France laten zien. Van iedereen kreeg ik de laatste weken goede signalen over hem. Wonder boven wonder is hij na die val nog in vorm geraakt en eigenlijk duurt het seizoen nu tekort voor hem. Bram kan zeker verder mee dan honderdvijftig kilometer. Ondersteunend moet hij tot in het begin van de finale een rol kunnen vervullen en dan weet je het nooit. Het een sluit het ander niet uit. Van het ene wonder kan hij zomaar in het andere terechtkomen."




 

zoek naar gerelateerde artikelen


di 9 oktober 2001

[terug]
     
© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.