AMSTERDAM - Shell en Eneco hebben besloten een punt te zetten achter hun gezamenlijke energiehandel. Gisteren werd bekend dat de joint venture Eneco Shell Energy per 1 oktober wordt opgeheven. Beide bedrijven denken afzonderlijk beter op de liberaliserende energiemarkt in te kunnen spelen.
Shell mikt op de in-, verkoop en handel van elektriciteit op de Europese markt. De ambitie van Eneco richt zich met name op de stroomlevering aan Nederlandse afnemers.
Bij de oprichting van het handelsbedrijf in october 1999 was het bedoeling te profiteren van elkaars ervaring en kennis. Shell had toen internationale ervaring opgedaan in de energiehandel. Destijds hadden de partijen geenszins de intentie om de samenwerking na twee jaar al weer op te heffen. Toch willen de twee bedrijven niet van een mislukking spreken.
Eneco zal de komende maanden zijn pijlen richten op de ongeveer 60.000 middelgrote stroomgebruikers, die vanaf 1 januari 2002 vrij zijn om te kiezen bij wie ze hun elektriciteit willen kopen. "Dat vergt een andere benadering", aldus de woordvoerder.
"We hebben veel geleerd van Eneco, maar de energiemarkt ontwikkelt zich heel erg snel. We willen snel en flexibel op de Europese markt kunnen handelen", stelt een Shell-woordvoerder. Beide partijen benadrukken dat de joint venture in goed onderling overleg is beëindigd.
Eneco neemt alle rechten en plichten van het opgeheven samenwerkingsverband over. Dat betekent dat alle nu al vrije grootverbruikers bij het klantenbestand van Eneco worden bijgeschreven.
De energiedistributeur is onder meer actief in het Rijnmondgebied, waar veel industriële afnemers zijn. Ook Shell is er actief en wekt er stroom op voor de eigen industrie, waarvan het overschot aan Eneco wordt verkocht. Dit contract loopt volgens Eneco gewoon door.