AMSTERDAM - Buhrmann ontkent elk verband tussen de ontwikkelingen in een miljoenenclaim en de privé-aandelenaankopen van topbestuurders. Gisteren meldde deze krant dat het handelshuis in een slepende affaire 288 miljoen eist van een Frans bedrijf. Een onafhankelijk expert in de arbitragezaak heeft Buhrmann onlangs op hoofdpunten in het gelijk gesteld, zo blijkt uit stukken van de kantoorleverancier zelf.
Het oordeel van de onafhankelijk expert viel "kort geleden", bevestigt een woordvoerder van Buhrmann, die geen exacte datum weet te noemen. Het concern zei gisteren aanvankelijk zeker te weten dat dit nieuwsfeit naar buiten is gebracht. Later op de dag kwam Buhrmann daarop terug: het concern bleek het toch niet bekend te hebben gemaakt omdat het niet nieuwswaardig zou zijn. "Er was geen aanleiding om een persbericht uit te geven. Het is veel te prematuur", aldus de zegsman in tweede instantie. "De uitkomst van de zaak is allerminst zeker. Het kan dus per definitie geen koersgevoelige informatie zijn."
Beursorganisatie Euronext Amsterdam stelt in een reactie dat in principe "alle zaken die met geld verdienen of geld verliezen te maken hebben, koersgevoelig zijn". Een woordvoerder zegt verder dat er door de beurs "naar de zaak wordt gekeken". Wat mogelijke voorkennis-vragen betreft verwijst de zegsman naar de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE). Daar lopen vragen tegen een muur. De STE doet "nooit mededelingen" over al dan niet onderzochte zaken, meldt een woordvoerster.
De recente ontwikkelingen in de Buhrmann-claim kwamen aan het licht doordat het handelshuis een beursnotering op Wall Street heeft aangevraagd. Daarvoor leverde het concern op 27 juni van dit jaar zijn hele hebben en houden bij de SEC (Securities and Exchange Commission) in. De informatieplicht bij de SEC is aanzienlijk strenger dan bij de Nederlandse beursautoriteiten. Buhrmann vond de ontwikkelingen rond de claim kennelijk daarom wel koersgevoelig genoeg om de Amerikaanse beurswaakhond hiervan in kennis te stellen.
De claim vloeit voort uit de aankoop in 1991 van het Franse Agena door Buhrmann's rechtsvoorganger VRG. De Amsterdammers kochten deze pc-verkoper dat jaar van Ipfo Bail, destijds nog Locafrance geheten. De aankoop bleek een kat in de zak: Agena leed grote verliezen. Vorig jaar werd de dochter van de hand gedaan.
De Nederlanders spanden in 1994 een arbitragezaak aan tegen de Franse verkoper. Buhrmann stelt dat de tegenpartij een "substantieel verkeerde voorstelling van de feiten" heeft gegeven in de balans van het verkochte dochterbedrijf. De Franse arbitragecommissie besloot in 1997 de hulp van een onafhankelijk expert in te roepen. Na een diepgravend en tijdrovend onderzoek kwam deze kort geleden tot de conclusie dat Buhrmann op hoofdlijnen gelijk heeft in de zaak.
Vorige maand, op 5 juli, volgde de eerste finale hoorzitting voor de commissie. In oktober staat een nieuwe zitting gepland. Buhrmann heeft de verwachting uitgesproken dat een eindoordeel van de commissie 'op zijn vroegst' aan het einde van dit jaar zal vallen.
Het niet vermelden van de positieve ontwikkeling in de arbitragezaak roept vragen op gezien de aandelenstunt, waarmee topbestuurders van Buhrmann het fonds eerder deze week in het zonnetje zetten. Afgelopen maandag kocht topman Frans Koffrie op persoonlijke titel voor ruim 1 miljoen aandelen in de eigen onderneming, à EUR9,36 per stuk. Een dag later volgden twee medebestuurders, Floris Waller en George Dean, dit voorbeeld. Commissaris en oud VRG-topman Klaas de Kluis was vorige donderdag overigens de eerste die aandelen kocht. Hij schafte voor circa 200.000 aan Buhrmann-stukken aan.
De Buhrmann-bestuurders zeggen de aankopen te hebben gedaan als blijk van "vertrouwen in de toekomst van de onderneming". De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) noemde die actie eerder deze week misplaatst. Volgens VEB-directeur Peter Paul de Vries had de top veel eerder bij de omvangrijke emissie in maart vertrouwen kunnen tonen door zelf als privé-persoon op de aandelenuitgifte in te tekenen.
Door nu pas stukken te kopen profiteert de top er volgens de VEB in feite van dat ze de eigen prognoses niet heeft gehaald. Buhrmann gaf in april en juni winstwaarschuwingen af en werd daarop in beide gevallen getrakteerd op koersdalingen van circa 30%. De Buhrmann-top startte in reactie daarop geen 'vertrouwensaankopen'.
Gisteren sloot het Buhrmann-aandeel 4,6% lager op EUR9,78. In maart noteerde het AEX-fonds nog ruim EUR33.