
|
Josep Piqué...verdachte... (Foto: EPA)
|
BARCELONA - De Spaanse premier Aznar lijkt met de benoeming van Josep Piqué als minister van Buitenlandse Zaken een grove fout te hebben gemaakt. Een sluimerend schandaal uit het begin van de jaren negentig lijkt de Spaanse regering op korte termijn danig op te breken.
Piqué was toen werkzaam als topfunctionaris van het chemie- en olieconcern Ercros, eigendom van het Kuwait Investment Office (KIO). In 1991 besloot de bedrijfsleiding de olietak af te splitsen en het nieuwe bedrijf Ertoil meteen te verkopen. Om kartelbepalingen en overdrachtsbelasting te omzeilen, werd de verkoop aan het Franse Elf en het Spaanse Cepsa geregeld via een duistere intermediair uit Luxemburg.
Spoorloos
Kort na de verkoop ging het moederconcern Ercros op de fles. Bovendien circuleerden steeds nadrukkelijker berichten over illegale praktijken bij de transactie van Ertoil. Er zouden commissies zijn betaald voor meer dan 42 miljoen, terwijl er een bedrag van 240 miljoen (bijna de helft van de totale verkoopsom) volledig spoorloos was. De naam van Josep Piqué viel regelmatig en niet alleen omdat hij namens Ertoil de verkoopakte bij de notaris had getekend.
Piqué ontkende met klem iedere betrokkenheid bij het schandaal. Hij zou als directeur Strategie slechts krullenjongen zijn geweest. Dat hij namens Ertoil zijn handtekening had gezet was louter een formaliteit. Na iedere aantijging verklaarde Piqué dat zijn toenmalige baas bij Ercros en Ertoil, Javier de la Rosa, Spanjes grootste fraudeur van de laatste decennia, de grote boosdoener was geweest.
Maar het laatste jaar spande het net zich steeds strakker rond Piqué. Het Openbaar Ministerie kwam na drie jaar speurwerk nog meer ongerechtigheden uit het Ercros-verleden van hem op het spoor. Zo had Ercros grote bedragen betaald aan het privé-adviesbedrijfje van Piqué. Reden genoeg, zo vond officier van justitie Vargas, om de minister van Buitenlandse Zaken als verdachte te dagvaarden.
Alternatief
Die juridische procedure leidde de afgelopen weken tot de meest deplorabele vertoning uit de recente geschiedenis van de Spaanse rechtspraak. De hoogste baas van het OM, procureur-generaal Cardenal, toverde in recordtijd een alternatief rapport uit de hoge hoed, opgesteld door zijn eigen technische dienst.
Alle bewijzen van officier van justitie Vargas werden met een pennenstreek naar de prullenbak verwezen. Volgens het inderhaast in elkaar gestampte rapport-Cardenal was er geen enkele aanwijzing dat minister Piqué zich aan een delict had schuldig gemaakt. Vargas kreeg zelfs niet de gelegenheid zich te verdedigen en een beknopte samenvatting van zijn 15.000 pagina's tellende onderzoek aan het verzamelde OM te geven.
Op instigatie van Cardenal zal Piqué niet voor hoeven komen als verdachte. Als ultieme concessie aan de rest van het OM, dat de bui van beschuldiging van witteboordencriminaliteit al zag hangen, hoeft Piqué alleen als getuige op te draven.
Daags na het operette-achtige optreden moest Cardenal echter schoorvoetend toegeven, dat er wel degelijk belastend materiaal tegen Piqué in te brengen was. Alleen onvoldoende, zo opperde Cardenal, om een proces tegen Piqué aan te spannen en de procedure in gang te zetten om zijn parlementaire onschendbaarheid op te heffen.
Het laatste woord in de affaire-Piqué is nog niet gezegd. Een weinig hoopgevend vooruitzicht voor de man die over niet al te lange tijd weer op het voorste plan treedt als Spanje voorzitter is van de EU. |