ALMELO - Zonder het te beseffen heeft Enschedeër André de V. (34) tegenover een politieman bekend dat hij de brand heeft gesticht die vorig jaar mei leidde tot de Twentse vuurwerkramp met 22 doden, honderden gewonden en een verwoeste stadswijk.
Justitie had in het huis van bewaring in Maastricht een speciaal getrainde undercoveragent zogenaamd als medegevangene laten opsluiten, die zo De V.'s vertrouwen moest winnen.
Hoe goed dat in een maand tijds is gelukt, valt op te maken uit de woorden die de specialist van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) vervolgens in zijn proces-verbaal opnam:
"Ja, ik heb het gedaan, maar dat zeg ik nooit. Ik moet gewoon volhouden dat ik op het zwembad (Het Rutbeek -red.) was. (.) Nee, natuurlijk vertrouw ik je wel, voor honderd procent, anders vertel ik toch niet tegen je dat ik het heb gedaan? (.) Ik heb alleen tegen jou verteld dat ik het gedaan heb."
André de V., die gisteren in Almelo tegenover zijn rechters over de vernietigende explosies bij het bedrijf S.E. Fireworks met stelligheid verklaarde: "Ik heb niks met deze zaak te maken. Het wordt tijd voor de waarheid en niks anders dan de waarheid", kan het in de vaderlandse huizen van bewaring kennelijk niet laten: al tweemaal eerder heeft hij - échte - medegedetineerden, volgens hun getuigenverklaringen, zijn geheim onthuld.
De verklaring van F.N., die met hem in het huis van bewaring in Almelo zat: "De V. zei verder dat hij de brand had aangestoken, maar dat hij dit niet meer kon bekennen na alles wat er gebeurd was."
Gedetineerde A.N. heeft hem horen zeggen: "Het is uit de hand gelopen, het was niet mijn bedoeling."
Mysterie
En nu weer, een paar keer zelfs, tegen de politiële nep-gevangene in Maastricht, over het mysterie rond zijn gsm-telefoon waarmee vanuit het Enschedese rampgebied is gebeld: "Die telefoon van mij was daar wel rond de tijd van de ramp, maar ik hou gewoon vol dat ik die allang voor die tijd verkocht had. Die telefoon, die was daar, maar ik moet volhouden dat ik die verkocht heb."
Het inzetten van een undercover, waarmee nu een spectaculaire doorbraak lijkt te zijn bereikt, is een bijzondere opsporingsmethode die wettelijk is toegestaan. Hoewel het formeel niet nodig was, heeft de Almelose justitie het voorgenomen gebruik ervan ter beoordeling voorgelegd aan de Centrale Toetsingscommissie (CTC), die positief advies uitbracht aan het College van Procureurs-Generaal.
Het proces-verbaal van de nep-gevangene kan in het strafproces niet gelden als weergave van een verhoor, alleen al omdat De V. in dit geval niet de voorgeschreven waarschuwing kon worden gegeven dat hij niet tot antwoorden verplicht was. Als 'schriftelijk stuk', met als toegevoegde waarde dat het op ambtseed is opgemaakt, kan het wel dienen als bewijsmiddel, ook al moet de rechter beoordelen hoe overtuigend het dan is. De betrokken politieman zou er eventueel ook als getuige nog een verklaring over kunnen afleggen.
Mr. R. van der Hoeven, Almelo's nieuwe hoofdofficier van justitie, maakte gisteren bekend dat al eerder een undercoveragent is ingezet bij het onderzoek tegen De V. In dat geval deed de politieman zich voor als meereizende medegedetineerde tijdens transport in een arrestantenwagen, van een huis van bewaring naar de plaats waar een verhoor zou worden afgenomen of naar een andere inrichting van justitie. De V. hield toen zijn kiezen op elkaar.
Psychiatrische stoornis
Officier van justitie mr. H. Stam gaf de rechtbank gisteren in overweging André de V. vóór diens definitieve berechting gedragskundig grondig te laten onderzoeken, nu een eerste expertise van de forensisch psychiatrische dienst het vermoeden heeft opgeleverd dat hij lijdt aan een chronische psychiatrische stoornis. De V. zou voor beoordeling van zijn toerekeningsvatbaarheid begin september kunnen worden opgenomen in het Pieter Baancentrum te Utrecht.
Intussen moet nog gecompliceerd technisch onderzoek worden gedaan naar eventuele overeenkomsten tussen vuurwerksporen die op De V.'s kleding zijn gevonden, en sporen die zijn aangetroffen op kledingstukken van rampslachtoffers. Hoogstwaarschijnlijk zijn de sporen bij De V. afkomstig van verbrand of geëxplodeerd titaanhoudend evenementenvuurwerk en van sterretjes en lucifers.
De V. zelf heeft inmiddels gezegd dat de sporen op zijn spullen waarschijnlijk niet zijn veroorzaakt door het bijwonen van een vuurwerkspektakel op Kreta, zoals hij eerder wél heeft laten optekenen. Justitie wil echter toch het desbetreffende rechtshulpverzoek aan Griekenland afwikkelen. In Canada, de VS en Duitsland moeten nog experts worden geraadpleegd.
Daarnaast moet nog klaarheid worden gebracht in de vraag wat De V. precies heeft gedaan in Tsjechië, waar hij in maart vorig jaar, twee maanden voor de vuurwerkramp, naar zijn zeggen vakantie vierde. Justitie wilde gisteren niet ingaan op de vraag of men vooral geïnteresseerd is in de persoonlijke contacten die hij daar heeft gehad.
De rechtbank hervat de procedure op 26 september. |