DEN HAAG - De rekening die de Nederlandse belastingbetaler van het kabinet gepresenteerd krijgt voor het afgeschoten plan voor de invoering van het rekeningrijden, blijkt nog forser te zijn dan de 200 miljoen gulden die verkeersminister Netelenbos heeft genoemd. De kostenpost pakt zeker ruim 20 miljoen gulden hoger uit.
De betalingen door de minister voor het omstreden plan zijn pas afgelopen woensdag definitief gestaakt, toen het kabinet en de coalitiepartijen een akkoord hebben gesloten over de invoering van de kilometerheffing in 2004.
Tot dat moment werd ook dit jaar nog wekelijks een miljoen gulden betaalt aan de belastingdienst, die bezig was met het opzetten van een nieuw systeem om de kentekens de controleren en rekeningen te versturen aan automobilisten. Dat geld werd gebruikt voor de ontwikkeling van speciale computerprogramma's en het inhuren van (gespecialiseerd) personeel.
Vanuit het ministerie van Verkeer en Waterstaat is de afgelopen maanden meerdere keren bij de belastingdienst gevraagd om het rustiger aan te doen met het werk (en de kosten), omdat de invoering van rekeningrijden steeds onwaarschijnlijker werd. Volgens Haagse bronnen is daar niet of nauwelijks naar geluisterd.
Minister Netelenbos erkende gisteren in de Tweede Kamer dat de uitgaven die haar ministerie in 1999 en 2000 heeft gedaan zo'n 202 miljoen gulden bedragen. Daarmee komt de voorlopige schadepost sinds medio deze week op zo'n 225 miljoen gulden.
VVD-Kamerlid Hofstra gaat schriftelijke vragen stellen aan minister Netelenbos, haar collega Zalm (Financiën) en zijn staatssecretaris Bos over het doorlopen van de betalingen aan de belastingdienst. De liberale woordvoerder vreest dat de rekening voor het mislukte rekeningrijden nog hoger wordt zodra er een schadeclaim komt van Q-Free, de Noors/Nederlandse combinatie die de tolpoorten mocht bouwen van de minister, maar nu met lege handen staat.
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat wilde gisteren niet reageren, omdat de definitieve balans nog moet worden opgemaakt.