ENSCHEDE - De ondernemers die zijn gedupeerd door de Enschedese vuurwerkramp willen proberen via een kort geding op korte termijn financiële voorschotten uitbetaald te krijgen.
De belangenvereniging, waarin de zakenlieden en middenstanders zich hebben verenigd, heeft drie letselschadeadvocaten opdracht gegeven de juridische mogelijkheden hiertoe te onderzoeken.
Volgens voorzitter Lubbert Oosting is er sprake van een spoedeisend belang omdat veel ondernemers in grote geestelijke nood verkeren: "Zij zijn momenteel drukker bezig met het overeind houden van hun bedrijf dan het daadwerkelijke ondernemerschap." Na de ramp trok de overheid 80 miljoen gulden uit aan financiële steun. Daarvan is volgens Oosting nog geen daadwerkelijke schadevergoeding uitgekeerd, maar zijn slechts in enkele gevallen geringe voorschotten uitbetaald.
Bij de belangenorganisatie zijn 275 ondernemers aangesloten. Daarvan verkeren er volgens Oosting 125 in acute nood, van wie voor 30 tot 35 personen zelfs bankroet dreigt. Slechts dank zij twee noodfondsen is tot nog toe voorkomen dat bedrijven daadwerkelijk op de fles zijn gegaan.
Volgens Oosting dreigde de geestelijke nood voor sommigen zelfs te veel te worden: "In een geval hoorde ik van een collega-ondernemer die liet weten het absoluut niet meer te zien zitten. Hij vertelde dat er absoluut geld moest komen omdat hij anders een eind aan zijn leven zou maken. Gelukkig heeft hij vervolgens 10.000 gulden gekregen om de ergste nood te lenigen."
Letselschadeadvocaat mr. M. Witte heeft intussen laten weten dat er behalve een kort geding nog een tweede optie bestaat. In dat geval zouden de ondernemers een civiele procedure moeten beginnen in navolging van enkele particulieren. In het kader daarvan hebben de afgelopen maanden voor de Haagse rechtbank diverse getuigenverhoren plaatsgevonden, waarmee de letselschadeadvocaten bewijzen proberen te verzamelen in een poging de overheid aansprakelijk te kunnen stellen voor de financiële schade.
Voorzitter Oosting laat weten dat zijn voorkeur echter uitgaat naar een kort geding: "Haast is hier immers van groot belang. Wij willen best wachten op de definitieve uitkering van de schadevergoeding, maar kunnen dat niet zonder voorschotten."