BRUSSEL - De Europese Commissie meent dat de Amerikanen geen poot hebben om op te staan wat betreft hun verwijt dat Airbus haar nieuwe superjumbo A380 ontwikkelt met behulp van staatssteun. Met name Boeing had geklaagd over oneigenlijke concurrentie, maar volgens de commissie voldoet de staatssteun aan alle voorwaarden en valt ze binnen de bestaande overeenkomsten.
Airbus krijgt geld van de Franse staat, van Duitsland, Engeland, Spanje, België, Nederland en Finland. Italië en Zweden willen nog bijdragen. Maar alle staatssteun in de ontwikkelingskosten (die rond de $12 miljard liggen) blijft onder de drempel van 33% van die totale kosten. In 1992 hebben de EU en de VS een overeenkomst gesloten waarin werd afgesproken de staatssteun aan de luchtvaartindustrie terug te dringen. In die overeenkomst staat dat overheden nooit voor meer dan een derde mogen bijdragen aan de ontwikkelingskosten van een nieuw vliegtuig.
De A380 moet een wide-body worden die met relatief gering brandstofverbruik erg veel mensen over een lange afstand kan vervoeren. Uit vrees voor die concurrentie voor de Boeing 747 en 767 wil Boeing juist een sneller vliegtuig gaan ontwikkelen.
De Amerikaanse regering, die eerder stelde dat de financiering van de ontwikkeling van de A380 in strijd zou zijn met de overeenkomst uit 1992, gaat de cijfers van de Commissie eerst bestuderen alvorens te reageren.