Het Telegraaf-iDe KrantNieuwsLinkSportLinkDFT.nlDigiNieuws
vr 13 april 2001  
---
De krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
De prins en Maxima 
Fiscus 2001 
Scorebord 
Jaaroverzicht 
---
Telegraaf-i
---
Ga naar 
Auto's 
Reis & Vakantie 
Wonen 
Baan & Carrière 
Financieel actueel 
Show & Film 
Weerberichten 
Souvenirs 
---
Kopen 
 Vraag & Aanbod/ 
Speurders
 
Veiling 
Koopjesjager 
Winkelen 
---
Met Elkaar 
Live chatten 
Discussiëren 
Kaartje sturen 
E-mailen 
---
Mijn leven 
Horoscopen 
Psychologie 
---
Contact 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 
Bij ons werken 
[terug]
 D E   F I N A N C I Ë L E   T E L E G R A A F 
 
ACTUEEL FINANCIEEL NIEUWS: WWW.DFT.NL
  Exodus der kleine fondsen

door MIRJAM BRINKS en PAUL JANSEN

   
 

AMSTERDAM - "Wij zijn zeer gelukkig. Op de beurs hadden we eigenlijk niets te zoeken." Menno van der Veen, directeur van het vorig jaar opgekochte Smit Trafo, draait er niet omheen. Een kwetsbare onderneming als de zijne was niet in de wieg gelegd om op het Damrak te stralen.

"De handel was vrij dun, grote pakketten aandelen zaten vast en de notering gaf eigenlijk geen juiste weerspiegeling van de onderliggende waarde. Bovendien liet de concurrentie geen gelegenheid onbenut ons bij klanten zwart te maken. Dat kon omdat wij als enige beursgenoteerd waren en dus in jaarverslagen en dergelijke volledige openheid moesten betrachten."

Smit Trafo is één van de vele smallcaps die de Amsterdamse beurs hebben verlaten. Een ander, Axxicon, keek de kunst bij de Nijmegenaren af. "Bernard Doorenbos (de Axxicon-topman, red.) is een goede vriend, die zich terdege bij ons op de hoogte heeft gesteld", aldus Van der Veen. Ahrend, Gelderse Papier, HIM Furness, Hoek Loos, Van Melle, Beers, Norit, en deze week nog GTI kozen eveneens voor een vertrek. Een nog groter aantal studeert (al dan niet openlijk) op vluchtplannen; fondsen als Blydenstein-Willink, Crown van Gelder, Eriks, Accell en Begemann.

Professionele beleggers zien hun vertrek als het begin van een ware exodus. "Mijn inschatting is dat een kwart tot eenderde van de smallcaps van de beurs verdwijnt", zegt Willem Burgers, directeur van Orange Fund. Collega Alex Otto van Delta Lloyd denkt dat jaarlijks vijf à zes smallcaps 'van de boom zullen vallen'. Directievoorzitter Aris Wateler van Parcom voorziet zelfs een shake out van 50%. "Er is fundamenteel iets veranderd. We gaan meer naar Amerikaanse dimensies. Alle fondsen met een beurswaarde van minder dan een half miljard lopen kans te verdwijnen."

De marktontwikkelingen hebben de lat voor beursfondsen aanzienlijk hoger gelegd. Het jachtterrein voor fondsbeheerders is vergroot van Nederland naar Europa en fundamenteel beleggen (waarbij puur gekeken wordt naar bedrijfseconomische indicatoren zoals de koers/winstverhoudingen) maakt gaandeweg plaats voor indexbeleggen, waarbij 'automatisch' de grote fondsen worden gevolgd. Dat is veiliger voor professionele partijen die tekst en uitleg moeten geven aan mondige klanten.

Het gevolg laat zich raden. Lokale fondsen vallen buiten de schijnwerpers. "Als je in chemie wilt beleggen kan je kiezen uit een groot palet aan Europese, representatieve bedrijven. Tot voor kort was die keuze nog beperkt tot Nederlandse ondernemingen", geeft Jan Coen Balt, hoofd vermogensbeheer van Effectenbank Stroeve, als voorbeeld.

En dat maakt smallcaps steeds kwetsbaarder. Kwetsbaar voor vijandige overnames, voor publiciteit die onrust op de werkvloer teweegbrengt en voor de oplopende kosten die kleven aan de notering. Zoals het geld dat straks moet worden betaald voor een liquiditeitsverschaffer of animateur, die de handel in kleinere fondsen zal gaan onderhouden. Kosten: circa EUR100.000 per jaar, schat Mees Hartvelt, financieel directeur van Crown Van Gelder, dat zichzelf in de etalage heeft gezet. "En de vraag is of het helpt bij de koersvorming en verhandelbaarheid. Dus als ik aan mijn commissarissen voorstel om een animateur in de arm te nemen, zeggen ze: 'hoe kan je dat verkopen aan de aandeelhouders'."

De aandeelhouders hebben daar inderdaad twijfels over. Burgers van Orange Fund: "Met alle respect, maar de fondsen die nu van de beurs gaan, opereren toch al in de luwte. Een beursnotering moet wel wat toevoegen. We moeten in staat zijn een fonds continu te monitoren. Daar kunnen niet alle ondernemingen aan voldoen. Het is terecht dat die zich de vraag stellen of de kosten van de notering nog opwegen tegen de baten. Ze moeten jaarverslagen drukken, persbijeenkomsten houden, aandeelhoudersvergaderingen organiseren. Als daar niets tegenover staat, doen ze betrekkelijk weinig mensen een plezier."

De belangrijkste bate, de beurs als geldbron, is voor veel fondsen allang opgedroogd. "Normaliter zou een bedrijf een keer in de drie jaar naar de kapitaalmarkt moeten om geld op te halen", zegt Otto (Delta Lloyd). "Dat gaat niet meer. Je ziet dat een deel van de bestuursvoorzitters nu de kop in het zand steekt. Maar er is een trend in gang gezet waar je niet meer omheen kunt. Het nieuwe handelssysteem gaat dat proces nog eens versnellen. De Amerikanen zeggen: dit is een natuurlijke schifting. Het gaat om schaalgrootte en focus. Er zijn dus bedrijven waar wij nu tegen zeggen: u heeft op de beurs geen bestaansrecht meer."

Wateler van Parcom sluit zich daarbij aan. "De functie van de beurs verschuift. Je houdt een selectief gezelschap over van bedrijven die wereldwijd opereren. De rest moet naar private financiering. Natuurlijk kan een deel daarvan terugkeren naar de beurs, maar dan moeten ze wel een marktkapitalisatie hebben van een miljard. Wij proberen goede bedrijven zo lang mogelijk te laten groeien. Als dat niet meer lukt, verkopen we."

Ondertussen groeit de kritiek op de beurs. De laatste storm stak op door het weifelachtige optreden rond de introductie van het nieuwe veilingsysteem. Heijmans-topman Joop Janssen speelde bij de lobby tegen de komst van dat handelssysteem een prominente rol. "Ik heb er moeite mee, als er straks alleen maar Begaclaim zou worden verhandeld. Een beurs moet streven naar variëteit onder de fondsen. Ik mis dat de beurs dat ook als taak ziet."

"Het smallcap-probleem heeft bij de beursorganisatie niet de grootste prioriteit", vindt ook Otto. "Euronext heeft een ander belang. Het gevecht gaat thans tussen de beurzen van Euronext, Londen en Frankfurt. Een beurs wordt daarbij beoordeeld op zijn liquiditeit, zijn transparantie. Die vindt je bij grote fondsen. In feite krijgen de lokale fondsen de boodschap: sorry jongens, jullie zijn niet meer interessant voor ons."

Woordvoerder Raymond Salet van Euronext Amsterdam spreekt dat beeld tegen. "Hoeveel smallcaps heb je nou gevonden die daadwerkelijk hun aandelen hebben ingekocht, het boeltje bij elkaar hebben gepakt en zijn weggegaan? Ik kan ze in ieder geval niet noemen. Ik ben het op zich met de smallcaps eens als ze zeggen dat ze ondergewaardeerd worden. Het is lastig om als mooi boompje in het grote bos zonlicht op te vangen. Daar willen we als Euronext ook best wat aan doen. Maar bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid om in de belangstelling te komen. De publieke verantwoordelijkheden worden door die fondsen wel eens onderschat."

Dat moet je niet zeggen tegen iemand als Janssen. De Heijmans-voorman wordt alom geprezen voor zijn inspanningen om de onderneming in een goed daglicht te plaatsen. "We stoppen er echt veel energie in", zegt hij zelf. "Maar als ik dan zie dat ook wij een koers/winstverhouding van zeven hebben, denk ik: laat de beurs eens iets ondernemen. Als een koopman zijn sinaasappels op de markt moeilijk kan slijten, roept hij toch ook: 'wie maakt me los'. Voor de beurs geldt hetzelfde. Het is tenslotte een marktplaats."

"Ik kan me goed voorstellen dat bedrijven zeggen: ik heb een notering in Amsterdam, dat kost geld, maar wat krijg ik daar nu voor terug als ik straks ook nog een animateur uit eigen zak mag betalen", stelt Peter Paul de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). "Beursdirecteur George Möller is erg gefocust op omzetten en de grote bedrijven."

Toch is iedereen het over eens dat er ook tussen de kleintjes bedrijven zitten die het zelfstandig prima kunnen redden. Wellicht zouden beurs en smallcaps de handen ineen kunnen slaan. De Vries: "Voor de smallcaps is nog een hoop werk te doen. Denk aan meer zeggenschap voor de aandeelhouders, kwartaalrapportages en een goede investor relations. Maar ook de beurs kan iets doen door de koers- en handelsinformatie inzichtelijk te maken."

Hans Lycklama, die als directeur corporate finance van Kempen & Co menig smallcap begeleidt bij emissies, fusies en overnames, is ervan overtuigd dat in de toekomst de interesse voor de Calimero's onder de beursfondsen terugkeert.

"Fondsen die nu duidelijk maken waar ze voor staan, krijgen op termijn een betere waardering. Dat maakt het weer aantrekkelijk voor beursgangen van bedrijven die nu bijvoorbeeld bij participatiemaatschappijen worden ondergebracht. De huidige uittocht is dus geen onomkeerbaar proces. Het is cyclisch."




 


vr 13 april 2001

[terug]
     
© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.