SINGAPORE - Chaowarin Latthasaksiri, een Thaise senator, beweert dat hij eindelijk de miljardenschat heeft gevonden die het Japanse keizerlijke leger zou hebben achtergelaten toen het zich in 1945 uit Zuidoost-Azië terugtrok.
Hij zegt dat hij met hulp van de Thaise krijgsmacht, die hem met bulldozers en explosieven terzijde stond, in een afgelegen grot, nabij Thailands grens met Myanmar (het voormalige Birma), 2500 ton goud heeft aangetroffen die daar in treinwagons is opgeslagen.
Maar de senator wordt gewantrouwd. Zes jaar geleden al ontketende hij een goudkoorts met dezelfde mededeling. Duizenden gelukzoekers, inclusief voormalige Japanse soldaten, ploegden het land toen om, tot de autoriteiten een eind maakten aan het oosterse sprookje en het schatgraven verboden. Maar Latthasaksiri liet zich niet afschrikken en bleef drammen. De overheid gaf hem begin van dit jaar een laatste kans zijn gelijk te bewijzen.
Zelfs de kersverse Thaise premier Thaksin Shinawatra geloofde hem gisteren. Hij liet een helikopter aanrukken om het wonder met eigen ogen te gaan aanschouwen.
"Ik geloof dat het verhaal over zijn vondst waar is, maar ik weet niet of de schat nog van enige waarde is", aldus de premier. Bij de ingang van de grot, die voor het publiek is afgezet, zei hij dat er geen reden is te twijfelen aan de foto's die de senator had genomen. Volgens Thaksin zou de schat honderden miljoenen dollars waard kunnen zijn.
"Dat bewijst dat ik niet gek ben", zei de senator in een poging de publieke opinie te weerspreken. Ter ondersteuning van zijn overtuigingskracht beloofde hij dat de schat eigendom zou worden van het Thaise volk.
Dat zou de goudschat dan kunnen gebruiken om zijn schulden af te betalen om zo eindelijk de hier begonnen en nog steeds woedende Aziatische crisis te boven te komen. Chaowarin gaat zijn vondst dinsdag a.s. aan koning Bhumibol aanbieden.