Het Telegraaf-iDe KrantNieuwsLinkSportLinkDFT.nlDigiNieuws
za 14 april 2001  
---
De krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
De prins en Maxima 
Fiscus 2001 
Scorebord 
Jaaroverzicht 
---
Telegraaf-i
---
Ga naar 
Auto's 
Reis & Vakantie 
Wonen 
Baan & Carrière 
Financieel actueel 
Show & Film 
Weerberichten 
Souvenirs 
---
Kopen 
 Vraag & Aanbod/ 
Speurders
 
Veiling 
Koopjesjager 
Winkelen 
---
Met Elkaar 
Live chatten 
Discussiëren 
Kaartje sturen 
E-mailen 
---
Mijn leven 
Horoscopen 
Psychologie 
---
Contact 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 
Bij ons werken 
[terug]
 D E   T E L E G R A A F   B U I T E N L A N D 
 
  Gouden tijden voor
eieren van Fabergé
na terugkeer in Moskou

door Pieter van der Sloot

   
 

MOSKOU - De viering van Pasen in Rusland is dit jaar extra bijzonder: niet alleen valt het orthodoxe paasfeest ditmaal samen met dat van de protestantse en katholieke kerk, tevens maakt Moskou zich op voor de terugkeer van Fabergé, het legendarische juweliershuis dat tot de bolsjewistische revolutie van 1917 de tsarenfamilie ieder jaar voorzag van kostbare paaseieren.

Een deel van de collectie van de vijftig keizerlijke eieren, die de Petersburgse juwelier van Duitse komaf Peter Carl Fabergé tussen 1885 en 1916 produceerde, werd na de revolutie door de communisten verkocht in het buitenland, om het sovjet-experiment te financieren. Behalve in musea zijn de eieren (met diverse goudtinten, emaillekleuren en edelstenen en door het vakmanschap stuk voor stuk meesterwerken) te vinden in privé-collecties over de hele wereld. Ze kosten miljoenen.

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (284x426, 13kb)
Een van de kostbare paaseieren. (Foto: REUTERS)
"Bijna zeventig jaar lang werden er geen Fabergé-juwelen gemaakt", zegt Marcus Mohr, vice-directeur van het Duitse juweliershuis Viktor Mayer dat de Fabergé-rechten heeft opgekocht en de traditie ('Fabergé, juweliers sinds 1842') nu voortzet. "We hebben lang gewacht om naar Rusland terug te keren; het land was er nog niet rijp voor."

Peter Carl Fabergé, zoon van oprichter Gustave Fabergé, was als goudsmid en hofleverancier vanwege zijn eigenzinnige en verfijnde constructies wereldberoemd en had behalve filialen in Moskou, ook vestigingen in Londen en Parijs. Na zijn vlucht voor de bolsjewieken en zijn dood in het Zwitserse Lausanne in 1920 werd het familiebedrijf nog een kleine twintig jaar voortgezet.

De familienaam werd daarna verkocht aan een Amerikaanse zakenman, maar pas in 1989 ( toen Viktor Meyer de rechten verwierf) werd het eerste sieraad onder de naam Fabergé geproduceerd. Twee jaar later werd het eerste Fabergé-ei geproduceerd sinds de revolutie: het zogeheten 'Gorbatsjov-ei', gewijd aan de voormalige Sovjetleider vanwege zijn verdiensten als beëindiger van de Koude Oorlog.

De Duitse licentiehouder zal naar verwachting ieder jaar rond de vijftien à twintig Fabergé-eieren vervaardigen, ongeveer hetzelfde aantal dat een eeuw geleden de Petersburgse werkplaatsen verliet. Peter Carl Fabergé had een schare kunstenaars voor hem werken, van wie de Rus Michail Perchin de meeste keizerlijke eieren creëerde. Vernuftige constructies, vaak met ingebouwde muziekdozen en uurwerken.

Verveling

Mohr zegt het jammer te vinden dat er nu minder tsaren, keizers en koningen zijn dan honderd jaar geleden, maar de reden van de terugkeer naar Moskou is niet voor niets: onder de Moskovieten bevinden zich de rijkste mensen van de wereld die, gewend aan hun Mercedessen, buitenhuizen en villa 's aan de Côte d'Azur, dikwijls ten prooi zijn aan pure verveling. En daardoor potentieel gewillige Fabergé-clientèle vormen.

"Ik heb klanten die met gemak honderdduizend dollar neerleggen voor een sieraad voor hun maîtresse", zegt een Moskouse juwelier, die liever niet met naam genoemd wil worden. "Dus waarom zouden die niet een half miljoen dollar betalen voor een met juwelen bezaaid paasei voor hun geliefde wettige vrouw of kind?" Hij voorspelt Fabergé in Rusland dan ook letterlijk gouden tijden.




 


za 14 april 2001

[terug]
     
© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.