AMSTERDAM - Honderden reddingswerkers kampen nog steeds met de kleine 2000 ton olie die gisteren na een botsing tussen twee schepen in de Oostzee terechtkwam. Een groot deel van de olie is gisteren bij de kust van verschillende Deense eilandjes aangespoeld.
Ondanks de verbeterde weersomstandigheden verloopt het verwijderen van de dikke zwarte massa uiterst langzaam; reddingswerkers lopen met grote zwarte emmers constant heen en weer over de rotsige kusten om de klodders olie in het zeewater met stokken op te pakken. Vervolgens wordt de olie even verderop in een grote container gegooid, een karwei dat nog zeker een week gaat duren.
Ook in de Oostzee bevinden zich nog steeds olievlekken die nog niet allemaal gelokaliseerd zijn door de Deense, Duitse en Zweedse milieuschepen.

|
Medewerkers van de Deense rampenbestrijding proberen olie op te ruimen op het zuidelijke eilandje Faroe. (Foto: AP)
|
Tot nu toe lijkt de schade voor het vogelbestand minder erg dan aanvankelijk werd verwacht. Men denkt dat zo'n paar honderd vogels zullen omkomen doordat ze vast komen te zitten in de dikke olie. Maar milieugroeperingen houden hun hart vast voor geval het weer gaat stormen.
In dat geval kan het ruimen van de olie niet worden voortgezet. Volgens Knud Flensted van de Deense Ornithologenvereniging, zullen in dat geval meer dan 10.000 vogels dood gaan. Ook hebben eilandbewoners een oliemassa zien drijven in een gebied voor beschermde vogels.
Inmiddels zijn er verschillende politici die de Deense minister van Milieu Svend Auken steunen in zijn voorstel om schepen die in dit gebied varen, te verplichten een loods aan boord te hebben. Jaarlijks varen er zo'n 55.000 schepen vanuit de Oostzee naar de Noordzee en passeren ze de Deense zee-engten, die dicht bij de kust liggen. Volgens Deense milieu- en zeevaart-groeperingen zijn veel van de buitenlandse olieschepen in veel te krakkemikkige staat en worden ze slecht bemand, waardoor ze een gevaar voor de natuur vormen.